Op een klein balkon composteer je zo je groenteafval

Met alleen keukenafval en geen tuingrond om in te graven, blijven er op een Nederlands balkon twee systemen over die het echt volhouden: een klein gesloten vat met onderin een drainagegedeelte, en een wormenbak. Het gesloten vat verwerkt meer volume, verdraagt de winter op het balkon zelf en vraagt vooral dat je bij elke portie karton of droog blad door de inhoud mengt. De wormenbak zet groente- en fruitresten in drie tot zes maanden om in wormencompost waar je potplanten echt iets aan hebben, maar moet vorstvrij staan en verhuist in een Nederlandse winter meestal naar binnen, naar een verwarmde schuur of naar een geïsoleerde kist tegen een warme muur. Wil je vooral van je afval af en weinig omkijken, dan is het vat de betere keuze. Wil je de betere compost, dan is dat de wormenbak, mits je die de winter door krijgt.

Op een klein balkon composteer je zo je groenteafval

Ik sta op een grijze woensdagmiddag in november op het balkon, vier hoog, met een bakje koffiedik, een appelschil en het kontje van een paprika in mijn hand. De tegels zijn koud, op de hoek bij het hek staat wind, en precies daar staat het vat waar ik in april zo tevreden over was. Ik til het deksel op en ruik het meteen: niet rot, wel zoetig zuur. Te weinig karton. Weer. Dat is het hele verhaal van composteren op een balkon in één seconde, en het is ook waarom ik uiteindelijk twee systemen naast elkaar heb gehad in plaats van één.

Wat er in een gesloten vat past, en wat het je kost

Zo'n vat van een halve meter hoog naast de regenpijp werkt als een emmer met een verdieping erin: onderin een rooster of een kraantje, daaronder ruimte waar het vocht naartoe zakt, daarboven het afval. Die onderste laag is geen luxe. Zonder dat beetje ruimte blijft het vocht tussen je groenteresten staan, en dat ruik je op je balkon zodra je de deur opendoet.

Het echte werk zit in wat je erbij gooit. Elke keer dat ik een bakje keukenafval leeggooi, gaat er ongeveer evenveel gescheurd karton, eierdoos of droog blad doorheen. Niet omdat een regel dat voorschrijft, maar omdat de inhoud anders dichtslibt en zonder zuurstof komt te staan. Dat is precies die zoetige lucht. Met genoeg karton ruik je bijna niets, alleen een beetje aarde.

Het vocht dat onderin komt, tap ik af zodra er een laagje staat, en dat gaat verdund door het gietwater van de potten op het balkon. Ongeveer één deel op tien delen water. Het is geen meststof die je planten laat ontploffen, maar het is ook niets om weg te gooien.

Wat er niet in gaat: grote hoeveelheden snoeisel van planten of heesters, want daar is zo'n vat veel te klein voor en het verteert te langzaam, en gekookt eten in een open bak. Alles wat een rat of een muis interessant vindt, blijft eruit. Dat is niet alleen een kwestie van hygiëne; je wilt gewoon niet dat er 's nachts iets over je balkon loopt.

Fruitvliegjes los je niet op met een middeltje

Dit is het punt waar ik het meest aan heb gehad, en waar bijna iedereen het tegenovergestelde doet. Fruitvliegjes komen niet omdat er iets mis is met je bak, maar omdat er iets bovenop ligt. Als ik het nieuwe afval onder de bovenste laag begraaf, gewoon met een handje oude inhoud eroverheen, en het deksel meteen dichtdoe, zie ik ze niet. Laat ik een appelschil bovenop liggen, dan is het binnen twee dagen een wolk. De oplossing is dus een handeling, geen toevoeging.

De winter bepaalt waar je systeem staat

Hier gaan de twee systemen echt uit elkaar, en hier komen de meeste mensen pas in januari achter.

Een wormenbak is een levend ding, en dat is de kern van het verschil. Onder nul kruipen de wormen samen in een kluit en stoppen ze met eten. Een korte vorstnacht overleven ze vaak nog wel; een paar dagen van min vijf tot min tien maken er een dood vat van met een lucht die je er niet meer uit krijgt. In de praktijk betekent dat in Nederland: naar binnen, of naar een ruimte die echt verwarmd blijft. Een ongeïsoleerde schuur achter het huis is geen veilige plek, want die koelt 's nachts bijna net zo ver af als buiten. Wil je hem toch buiten houden, dan is een kist tegen de muur van het huis, aan de kant waar 's middags de zon op staat, met bubbeltjesfolie of een oude deken eromheen, genoeg voor een gewone vorstnacht, maar niet voor een vorstperiode van een week. Een wormenbak neemt overigens niet meer ruimte in dan een flinke opbergbox, dus binnen is dat meestal op te lossen.

Het gesloten vat heeft dat probleem niet. Dat mag gewoon buiten blijven staan. Bevriest de inhoud, dan stopt het proces, en zodra het dooit loopt het weer door. Je verliest geen inhoud en geen wormen. Wat je wel moet doen, is in november nog één keer kijken waar hij staat. Volle zon in juli maakt de binnenkant te heet en te droog, en op een hoek waar het altijd waait, droogt de bovenlaag uit. Ik heb het vat in de loop der jaren verplaatst van de windhoek naar de muur naast de deur: daar is het 's middags een paar uur warm en de rest van de dag beschut.

Wat het wekelijks van je vraagt

De wormenbak vraagt het meeste, en het is niet het voeren.

Eens per week, in de zomer twee keer, gaat er een bakje bij. Dat is een minuut. De rest is kijken: is het te nat, dan gaat er droog karton bij; is het te droog, dan een paar druppels water uit de gieter over de bovenlaag, niet meer. Deksel er even af, ruiken, deksel terug. Dat ritme van voelen en bijsturen is precies wat een vat niet van je vraagt, en ook precies waarom een wormenbak meer oplevert dan een vat ooit zal doen.

Het vat vraagt geen weekritme maar een gewoonte per portie: karton erbij, deksel dicht, kraantje leeg als er iets in staat. Doe je dat consequent, dan kun je er weken niets aan doen. Doe je het niet, dan leer je het na één keer een lekkage over de balkonvloer.

Wat bij beide systemen niet werkt, is het in de zomer een week laten lopen en dan denken dat het goed komt. Vijf minuten verdeeld over de week is echt iets anders dan een uur in het weekend.

Waar het eindproduct heen moet

Die vraag zie je nergens staan, en op een balkon zit je er wel mee, want je hebt geen border om het in te scheppen.

Een wormenbak levert in drie tot zes maanden een paar liter wormencompost op, en dat is meer dan de potten op een balkon nodig hebben. Ik meng het door het bovenste laagje potgrond als ik in het voorjaar verpot, en de rest gaat in een zak mee naar iemand met een tuin. Wat je niet moet doen, is alles in één keer in een pot gooien: een pot met te veel wormencompost erin wordt compact en houdt geen water meer vast. Een dun laagje per keer is meer dan genoeg.

Het vat levert geen vaste compost, alleen dat sap. Dat is eerlijk gezegd de hele afweging: het vat is de oplossing voor volume en gemak, de wormenbak is de oplossing voor het resultaat. Welke van de twee je kiest, hangt er niet van af hoeveel afval je hebt, want dat is bijna altijd te veel voor allebei, maar van de vraag of je in januari bereid bent om elke week even naar dat bakje te kijken.

Begin je in het voorjaar met een wormenbak, dan heb je de zomer en de herfst om te leren hoe vochtig het moet zijn. Begin je in september, dan is je eerste winter meteen de zwaarste. Dat is een van de weinige fouten die je maar één keer maakt.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.