Waarom één appelboom in je tuin bijna nooit appels geeft
Eén appelboom geeft zelden vrucht zonder passende bestuiver. Zo werken bloeigroepen, triploïde rassen en onderstammen, en zo past het in een kleine tuin.
Fruitgewassen voor de Nederlandse moestuin, van pitfruit tot kleinfruit.
Eén appelboom geeft zelden vrucht zonder passende bestuiver. Zo werken bloeigroepen, triploïde rassen en onderstammen, en zo past het in een kleine tuin.
Rijpe appels en peren herken je aan de loslating, de grondkleur rond de steel en de kleur van de pitten. Zo bouw je per ras je eigen referentie op.
Zuidmuur over? Zet er een druif op een vast frame en frambozen tussen draden op 40 tot 60 cm. Zo werkt de scheutcyclus en blijft de rij gezond.
Kleur zegt weinig in een koele nazomer. Proef de onderste bes van de tros, kijk naar de pit en het steeltje, en knip de tros met een kort handvat.
Kies een druivenras op rijpheidsdatum en meeldauwresistentie, niet op smaak. Welke rassen rijpen in het korte Nederlandse seizoen en waar let je op?
Kies de juiste plek voor je druivenstok: zon, beschutting, drainage en wortelruimte. Zo plant je in de volle grond of in een pot van 40 liter of meer.
De onderstam bepaalt de grootte, de paal en de grond van je appelboom. Zo lees je de codes M27, M9, MM106 en M25 en kies je voor je eigen tuin.
Van ras en muur tot wintersnoei, zomersnoei en oogst: hoe je druiven in het Nederlandse klimaat jaar na jaar laat rijpen, ook op een balkon in een pot.
In de eerste drie jaar bouw je aan stam en armen van je druif, niet aan fruit. Waarom de trossen eraf gaan en hoe je de stam recht opkweekt.
Snoei je druif in twee rondes: de wintersnoei bouwt het geraamte, de zomersnoei laat de trossen rijpen. Praktische uitleg voor muur, kas en pot.