Waar plant je een druivenstok voor de beste oogst?

De beste plek voor een druivenstok is een beschutte, zonnige standplaats tegen een muur of schutting op het zuiden of zuidwesten, met minstens zes uur directe zon per dag en een bodem waar regenwater snel wegzakt. Zon en afwatering bepalen of druiven in het Nederlandse klimaat überhaupt rijp worden; wortelruimte en beschutting bepalen vervolgens hoe gezond de stok de komende vijftien jaar blijft. Ras, snoeiwijze en voeding komen pas daarna.

Waar plant je een druivenstok voor de beste oogst?

Ik zie dat gat nog voor me. Februari, een hoek achter in de tuin waar de klei zo zwaar was dat de spade er met een zuigend geluid uit kwam, en onderin een plas water die na een dag nog niet gezakt was. De stok lag al een week in een emmer water te wachten, dus ik plantte hem toch. Drie maanden later stond er een bruin stokje met twee scheuten die niet verder kwamen. Sindsdien is mijn eerste handeling bij elke druif niet planten, maar kijken waar het water blijft.

Graaf eerst een gat en giet het vol

Voordat ik ook maar iets uitzoek over rassen, doe ik één test. Ik schep een gat van ongeveer veertig centimeter diep op de plek die ik in gedachten heb, vul het met water en kijk wat er gebeurt. Zakt het binnen een paar uur weg, dan zit ik goed. Staat het de volgende ochtend nog halfvol, dan heb ik een probleem dat geen enkele meststof oplost.

De fout die ik zelf maakte, zie ik bij veel mensen terug: een gat in de klei, dat gat vullen met losse potgrond en compost, stok erin, klaar. Het voelt als een zachte start, maar de wortels blijven in dat ene vriendelijke gat zitten. De kleiwanden eromheen zijn een muur. Bij elke regenbui loopt het gat vol en staat de kluit in een badkuip. Dat is precies waarom een druif met de beste bedoelingen doodgaat: niet van de kou, maar van natte voeten.

Wat wel werkt, is de grond zelf veranderen in plaats van alleen het plantgat. Ik werk compost en grit door de bovenste dertig tot veertig centimeter, over een veel groter oppervlak dan het gat: een meter in het rond is niet te veel. Bij echt slechte drainage plant ik de stok op een verhoogde rug, zodat overtollig water zijwaarts wegloopt in plaats van naar de wortels.

Zon, muur en beschutting

In ons klimaat is groei zelden het probleem. Rijping is het probleem. Een druif groeit ook op een plek met vier uur zon, maar de suikers komen er niet in en dan oogst je trossen die naar niets smaken. Een zuid- of zuidwestmuur geeft die paar graden extra, en vooral: de muur straalt 's avonds warmte terug. Dat kan in een koel jaar het verschil zijn tussen eetbare druiven en vogelvoer.

Er zit wel een keerzijde aan een muur. Onder een overstek blijft regen weg, dus je staat vaker met de gieter. En tegen een zuidmuur droogt de grond sneller uit dan je denkt. Ik controleer daar in juli bijna elke dag met mijn vinger, niet met een schema.

Beschutting betekent niet luchtdicht. Een druif heeft wind nodig om nat blad te laten opdrogen; schimmels slaan juist toe in een luw hoekje waar het blad de hele dag vochtig blijft. Wat ik zoek is een plek die harde wind afschermt maar waar de lucht er nog langs kan. En niet het laagste punt van de tuin, want daar verzamelt zich in het najaar de koude lucht en dan rijpt er niets meer af. Ook niet naast een conifeerhaag of een grote boom: die winnen het gevecht om water ruim voordat jouw stok begint.

Ruimte voor wortels, ook onder de grond

In de volle grond hou ik anderhalve tot twee meter tussen twee stokken aan. Dat lijkt overdreven als je twee dunne stokjes naast elkaar zet, maar het wortelstelsel van een volwassen druif beslaat makkelijk een paar vierkante meter. Zet je ze op een meter, dan concurreren ze om water en voeding, loopt de bladmassa in elkaar en krijg je precies de vochtige, stilstaande lucht waar meeldauw van houdt.

In een pot: veertig liter is het minimum

Een druif in een pot is geen dwerg. Reken op minstens veertig liter, met gaten in de bodem, en zet de pot op voetjes zodat water onderin niet blijft staan. Als mengsel gebruik ik iets op leembasis. Pure turf of veen droogt te snel uit en laat zich daarna moeilijk opnieuw doordrenken; je giet, het loopt er langs, en de kluit binnenin blijft kurkdroog. Leem houdt water en voeding vast en dempt schommelingen in temperatuur.

Eén stok per pot. En let op de pot zelf tegen een zuidmuur: die kan op een hete dag flink opwarmen. Ik dek de bovenkant af met een laag compost of grasmaaisel, want wortels die koken richten meer schade aan dan een koude nacht.

Diep planten, maar het entpunt boven de grond

Ik zet de stok vijf tot tien centimeter dieper dan hij bij de kweker stond. De stam loopt ondergronds uit en vormt extra wortels, wat de stok sneller zelfstandig maakt. Maar het entpunt, dat wat ruwe, verdikte knobbeltje waar de eetbare soort op de onderstam is gezet, moet boven de grond blijven. Begraaf je dat, dan wortelt de bovenste soort zelf, verlies je de onderstam waar je juist voor betaalt, en kan het geheel gaan rotten. Dit is een van die dingen die ik één keer fout heb gedaan en nooit meer.

Planten doe ik in de rustperiode, ergens tussen november en maart, met kale wortels. Niet in bevroren grond, en niet in een gat dat vol water staat. Een week wachten op betere omstandigheden kost niets; een stok in een drijfnat gat kost je een jaar.

Wat je niet kunt forceren

Een tuin op het noorden betekent niet automatisch dat het onmogelijk is, maar wel dat je moet accepteren dat de oogst per jaar verschilt. In een koel jaar blijft het zuur, hoe goed je ook snoeit of bemest. Dan is een vroeg ras de eerlijke oplossing, of een andere plek. Meer mest maakt een druif niet zoeter; het maakt alleen meer blad.

Als ik nu een plek uitzoek, doe ik het in dezelfde volgorde als altijd. Ik loop er in februari naartoe, graaf een gat, giet het vol en wacht. Zakt het water diezelfde middag nog weg, dan pas haal ik de stok uit het zakje.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.