M9 of MM106? De code die de grootte van je appelboom bepaalt

De letters en cijfers achter de naam van een appelboom — M9, MM106, M27, M25 — zijn de onderstam, en die bepaalt hoe groot je boom uiteindelijk wordt, of hij een paal nodig heeft en hoe goed hij tegen arme, droge of juist natte grond kan. Die keuze ligt vast op het moment dat je de boom aanschaft; snoeien, water geven en geduld veranderen de onderstam daarna niet meer.

M9 of MM106? De code die de grootte van je appelboom bepaalt

Ik sta met een jonge appelboom in de ene hand en een spa in de andere, en het moment waarop het nog mis kan gaan is niet het graven van het plantgat. Het is drie weken eerder, bij het kaartje aan de stam, waarop twee of drie tekens staan die je makkelijk voor een artikelnummer aanziet. Kijk met me mee: bovenaan de naam van de variëteit, daaronder de potmaat en de leeftijd, en ergens tussen die regels de code die bepaalt hoe groot de boom over tien jaar is.

De onderstam is het wortelgestel. De variëteit die jij lekker vindt, zit er als oog op geënt — de verdikking op de stam, net boven de grond, is de veredelingsplaats. Het zijn de wortels die bepalen hoeveel water en voeding de boom kan opnemen, hoe stevig hij staat en hoe snel hij in productie komt. De variëteit levert de smaak, de onderstam levert de maat.

De codes van klein naar groot

M27 is de kleinste die je in Nederlandse tuincentra tegenkomt: reken op anderhalf tot twee meter, een struikje dat je op ooghoogte kunt bijhouden. Zo'n boom heeft zijn hele leven steun nodig. Dunne stam, weinig wortelvolume, en bij een beetje wind staat hij te zwiepen. Voor een balkon of een piepkleine border is dat te doen, mits je hem in een ruime pot zet, hem nooit laat uitdrogen en hem permanent aan een stevige paal of een rek vastzet.

M9 is de onderstam die je het meest ziet onder de spillen en leibomen hier. Je krijgt een boom van ongeveer twee tot drie meter. De eerste jaren heeft hij een paal nodig om de stam recht en stil te houden, daarna staat hij meestal op eigen kracht. M9 is vroeg: na twee, drie jaar kun je de eerste appels verwachten. Dat is precies waarom hij zo geliefd is, en precies waarom mensen hem onderschatten. Een vroege boom is geen onderhoudsarme boom.

Tussen M9 en MM106 zit M26, een tussenmaat van rond de drie meter die je minder vaak op een kaartje ziet staan, maar die voor een gewone achtertuin vaak het beste compromis is: iets sterker dan M9, iets vergevingsgezinder, nog net met een paal in de beginjaren.

MM106 is de semi-krachtige: drieënhalf tot vierenhalf meter, een echte boom in plaats van een struik. Hij wortelt dieper, verdraagt arme grond beter dan de kleintjes en heeft het minste last van een droge week. Wat je ervoor terugkrijgt is tijd: reken op vier tot zes jaar voor de eerste echte oogst. En let op de keerzijde. Op natte, zware klei is MM106 juist gevoelig voor wortel- en kroonrot. Op zo'n plek is het eerder een drainagevraagstuk dan een onderstamvraagstuk.

M25 is de krachtpatser, bedoeld voor hoogstammen van vierenhalve meter en meer. Die zet je niet in een rijtjeshuistuin. Dit is de onderstam voor een groot erf, een boomgaardje of een stuk weide waar de boom zijn eigen gang mag gaan en waar je hooguit eens in de paar jaar een tak uit de kroon haalt.

Waarom een zwakke onderstam meer van je vraagt

Hier zit de kern die de meeste kaartjes niet vertellen. Groeikracht en gemak lopen tegengesteld. Een kleine onderstam perst al zijn energie in weinig takken, en dat vraagt om een bodem die dat aankan: voldoende vocht, voldoende voeding, liefst een humusrijke bovenlaag. Zet je een M9 in arme zandgrond zonder beregening, dan krijg je geen kleine boom maar een zielige boom. Zet je een MM106 in dezelfde grond, dan redt hij het nog.

Op onze zandgronden betekent dat in de praktijk: vaker water geven in juli en augustus, een flinke laag compost rond de stamvoet, en geen concurrerend gras binnen een halve meter van de stam. Op klei of goede tuinaarde is het veel minder een gevecht.

En dan de paal. Ik reken hem mee vanaf het begin, niet als iets wat er later nog wel bij komt. Voor M27 en in de eerste jaren voor M9 hoort er een stevige paal naast de stam te staan, die tot in de kroon reikt en waaraan de boom op twee of drie hoogtes wordt vastgemaakt — met een bandje dat niet insnoert, en los genoeg dat de stam nog kan meebewegen. Een boom die star vastzit, maakt geen dikke stam.

De veredelingsplaats is geen detail

Bij het planten let ik op één ding dat mensen vaak te laat ontdekken: de verdikking waar de variëteit op de onderstam is geënt, hoort ruim boven de grond te blijven. Plant je hem te diep — bij een M9 gebeurt dat sneller dan je denkt — dan loopt de variëteit zelf wortel en verlies je precies het effect waarvoor je koos. De boom wordt groter en losser dan bedoeld, en de paal waarop je had gerekend blijkt niet genoeg.

Reken bij het plantgat ook met de uiteindelijke maat. De kruin wordt ongeveer zo breed als de boom hoog wordt; een M9 op tweeënhalve meter heeft nog altijd ruim twee meter aan weerszijden nodig om licht en lucht te krijgen en om geen takken over het pad van de buren te laten hangen.

Als er geen code op het kaartje staat

Dan weet je één ding zeker: de maat is niet voorspelbaar. Er zijn kwekerijen die het netjes vermelden en er zijn er die het weglaten, en bij een boom zonder onderstamnaam stel je achteraf pas vast wat je in huis hebt gehaald. Dat kan best goed uitpakken, maar in een kleine tuin is het een gok. Ik heb het één keer gedaan, en het resultaat was een boom die ik na een jaar of vijf uit de border moest halen omdat hij mijn hele hoek opvrat. Vraag ernaar, of zoek de boom op in de lijst van de kweker zelf — daar staat de onderstam meestal wél, ook als het tuincentrum die informatie niet op het bordje heeft gezet.

Wat ik op jouw plek zou kiezen

Balkon of kleine binnentuin met pot: M27 of M9, met een stevige paal, een ruime pot en een zomer waarin je bijna elke dag voelt of de pot nog vochtig is.

Volkstuin of achtertuin van een gewone rijtjeswoning: M9 als je een nette, overzichtelijke boom wilt die snoeibaar blijft, M26 of MM106 als je meer ruimte en minder watergeefstress wilt.

Tuin met ruimte, slechtere grond of weinig tijd om te sproeien: MM106.

Groot erf, weiland of een plek waar de boom decennia mag blijven staan: M25.

Eén nuance wil ik erbij zeggen, want die verandert het plaatje. De onderstam bepaalt de bandbreedte, de variëteit schuift daarbinnen. Een sterk groeiende variëteit op M9 blijft groter dan een zwakke variëteit op diezelfde M9. Maar geen enkele variëteit brengt een MM106 terug naar de maat van een M27. Daarom is de onderstam de beslissing, en is de variëteit de smaakkeuze daarbinnen.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.