Een appelboom met kale wortels zet je tussen november en maart in de grond, en dat is geen kwestie van voorkeur maar van het enige venster waarin zo'n boom verplaatst kan worden. Elke week die je buiten dat venster plant, gaat rechtstreeks af van de tijd die de wortels hebben om zich te vestigen voordat de top in het voorjaar weer uitloopt.
Het is begin december, de grond is koud maar niet bevroren, en ik leg de boom op zijn kant naast het gat. De wortels zijn zwartbruin en ruiken naar natte aarde. Ik neem een handvol grond en wrijf die fijn tussen mijn vingers. Geen klei die tot kluiten plakt, geen zand dat tussen mijn vingers wegloopt, maar kruimels die uit elkaar vallen. Daar wacht ik op. Niet op de boom — die is al maanden in rust. Op de grond.
Dat is het criterium dat ik in de loop van de jaren ben gaan vertrouwen. Een appelboom gaat in rust als het blad valt, ergens in oktober. De grond blijft daarna nog weken warm. Wortels van een boom in rust groeien door zolang de bodem boven ongeveer 5 °C blijft, en op twintig centimeter diepte is dat in Nederland tot ver in november, vaak tot in december het geval. November en de eerste weken van december zijn daarom de beste tijd van het hele jaar: de top staat stil, de grond is nog warm, en de wortels krijgen maanden voorsprong voordat het eerste blad verschijnt.
In februari en maart is dat anders. De grond is dan op zijn koudst, en tegelijk begint de boom alweer richting blad te denken. Je plant hem dan in de laatste weken voordat de knop barst. Dat overleeft hij wel, maar je merkt het de hele zomer.
De grond is de kalender
Wat het aanbod van kale wortels zo strak maakt, is dezelfde logica. Een kweker steekt de boom in het najaar uit de volle grond, schudt de aarde eraf en houdt hem in rust. Daarom zijn ze er alleen tussen ruwweg november en maart. In mei staan ze niet meer in de schuur, en dat is geen toeval: het is precies het venster waar dit hele verhaal over gaat.
Dan zijn er de dagen waarop het niet kán. Ik heb een december gehad waarin de bovenlaag dichtgevroren was. In bevroren grond krijg je geen fatsoenlijk plantgat: de spade stuitert, de wanden van het gat zijn gladde platen, en een wortel die je erin duwt breekt of glazig af. Drassige grond doet iets anders. Het gat loopt vol, en in klei strijk je met de spade ongemerkt een gladde wand die als een pot het water vasthoudt. Dan staat je boom de winter in een bad. Dat kost wortels, en dan is uitstellen echt beter dan doorduwen.
Als het niet kan: inkuilen
Is de grond tijdelijk onbruikbaar, dan kuil ik in. Een geul graven op een plek waar het water niet blijft staan, de boom er schuin in leggen met de wortels naar beneden, losse grond over de wortels en de stam half boven de grond. Zo wacht hij weken. In die periode let ik op twee dingen: dat de wortels niet uitdrogen, en dat er geen muizen aan knagen. Een paar takkenbossen of een stuk gaas erover scheelt een hoop.
Inkuilen is uitstel, geen oplossing voor een heel seizoen. Ik heb een keer een boom tot maart laten liggen en hem toen geplant; hij leefde, maar het was duidelijk een boom die een jaar achterliep.
Een potboom is vergevingsgezinder, niet zorgelozer
Een appelboom in pot mag je in principe planten zolang de grond niet bevroren is — in april, in mei, in juni als je hem water geeft. De kluit blijft intact, de wortels drogen niet uit, en de boom hoeft niet in rust te zijn. Dat is het voordeel, en het is een groot voordeel.
Maar er zit een addertje onder het gras. De wortels zitten in potgrond, en potgrond gedraagt zich anders dan de grond eromheen. Hij droogt sneller uit, en in een droge periode kan de kluit krimpen zodat het water langs de rand wegloopt in plaats van erin te trekken. Je denkt dat je water geeft en je geeft water naast de kluit. Ik maak bij het planten de buitenkant van de kluit een beetje los en geef in het begin liever twee keer per week flink dan elke dag een scheutje.
Wat je ook ziet als je ze naast elkaar zet: een boom met kale wortels slaat sneller aan dan een potboom. Dat klinkt tegenstrijdig, want die potboom heeft zijn wortels toch bij zich. Maar die kluit zit vol rondgedraaide wortels die zich eerst naar buiten moeten omvormen, terwijl kale wortels meteen de grond in groeien zodra de temperatuur het toelaat. Bij een kale boom beginnen de wortels eerder dan de top. Dat is precies de voorsprong waar het hele venster om draait.
Wat ik doe zodra het gat open is
Graaf het gat breed genoeg om de wortels ongekneusd uit te spreiden. Diep hoeft niet. De entplaats — de knobbel waar de ent op de onderstam zit — moet ruim boven het maaiveld uitkomen. Zakt die onder de grond, dan maakt de boom wortels aan de ent en verlies je precies de eigenschappen van de onderstam.
Beschadigde worteluiteinden knip ik met een scherpe snoeischaar glad terug. Een gladde snede loopt beter uit dan een gerafelde.
Terugvullen met dezelfde grond die eruit kwam, in lagen, en elke laag zacht aantrappen met de hiel. Niet stampen.
Water geven, ook in november. Dat voelt raar, maar water sluit de grond rond de wortels aan. Zonder dat blijft er lucht tussen de wortels zitten en drogen ze uit.
Niet bemesten bij het planten. Jonge wortels verdragen dat niet; bemesten kan volgend voorjaar.
Een paal alleen als het echt nodig is, en dan aan de kant waar de wind vandaan komt, zodat de stam van de paal af waait in plaats van erlangs schuurt.
En dan het stuk dat niemand graag hoort. Red je het niet voor eind maart, dan zijn er twee eerlijke opties: een potboom, of een jaar wachten. Wat ik niet meer doe, is een kale boom in april in de grond zetten en hopen dat het goed komt. Die boom krijgt zijn eerste zomer met nauwelijks nieuwe wortels, en dan is elke warme dag in juni een dag waarop hij water nodig heeft dat hij amper kan opnemen. Een boom die in november is geplant, verdwijnt in de tuin en je denkt er daarna bijna niet meer aan. Een boom die in april is geplant, wordt een zomer lang een dagelijkse zorg.
