Klein wonen? Zo maak je toch compost op je kleine balkon

Op een balkon is een compostbak van 40 tot 60 liter met een deksel, luchtgaten rond de bovenrand en een kraantje onderin genoeg voor een huishouden van twee tot drie personen. Maar de keuze van het systeem weegt zwaarder dan de bak zelf: op een echt krappe vierkante meter winnen een bokashi-emmer of een wormenbak het meestal van de klassieke compostbak, omdat ze minder volume vragen en minder last hebben van regen, wind en temperatuurschommelingen.

Ik heb ze alle drie gehad. Niet als een nette testopstelling naast elkaar, maar omdat ik elke keer iets wilde oplossen wat de vorige niet deed: eerst de geur, toen de vorst, en uiteindelijk de ruimte. Ga even met me mee naar een zaterdagochtend in maart. Het is half acht, het balkon is twee bij drie, en ik sta met koffie in de ene hand en een troffel in de andere. Deksel eraf. Die eerste seconde beslist alles. Ruikt het naar bosgrond, dan doe ik niets. Ruikt het naar afval, dan ben ik vergeten te draaien, of het sap onderin staat te hoog.

De maat van de bak

Onder de 30 liter heb je te weinig inhoud om iets op gang te houden: in juli droogt zo'n bakje uit voordat je iets ziet gebeuren, en in februari is hij in één nacht bevroren. Boven de 60 liter wordt hij te zwaar om nog te verschuiven wanneer de zon draait of wanneer je het balkon wil schrobben. Daartussen zit de maat die werkt, en voor een huishouden van twee personen komt dat neer op grofweg één liter bakvolume per week aan keukenafval.

Wat je verder nodig hebt is niet ingewikkeld: een deksel dat regen buiten houdt, een rij gaten net onder de rand voor lucht, en een manier om vocht af te voeren. Dat laatste is op een balkon belangrijker dan in een tuin, want daar staat hij op tegels, niet op aarde.

Zelf bouwen zonder iets te bestellen

De simpelste opzet die ik ken is een stapel van twee kuipen. De binnenste krijgt een raster gaatjes van 8 millimeter in de bodem en een rij rond de bovenrand; de buitenste blijft dicht en krijgt onderin een kraantje, ongeveer vijf centimeter boven de bodem zodat gruis de uitgang niet verstopt. De binnenkuip staat in de buitenkuip, het vocht zakt naar beneden, en jij tapt het af zonder de hele bak te hoeven optillen.

Die gaten rond de bovenrand zitten er niet voor niets. Zitten ze lager, dan loopt er sap uit zodra je te veel natte resten toevoegt. Zitten ze alleen in het deksel, dan trek je fruitvliegen aan. Ik zet er een stukje fijn horrengaas overheen, dat houdt de vliegen buiten en de lucht binnen.

Als je geen kraantje wilt: een dichte bak met een plug onderin werkt ook, maar dan moet je hem optillen om te draineren, en een halfvolle bak van 50 liter weegt meer dan je denkt. Ik zet de bak altijd op twee stoeptegels of een paar houten blokjes, zodat hij niet in een plas regenwater staat.

Lucht is het hele verhaal

Composteren is geen chemie, het is lucht. Zolang er zuurstof bij komt, ruikt het naar bos. Zodra je alles dichtdrukt, nemen andere processen het over en ruikt het naar iets wat je niet op je balkon wil.

Ik draai één keer per week. Niet vaker, en met een oude troffel of een stok, van buiten naar binnen en van onder naar boven. Het doel is niet mengen om het mengen, maar het natte spul uit het midden naar de randen brengen waar de lucht zit.

De test die ik het meest gebruik is met mijn hand. Pak een handvol, knijp. Drupt het, dan is het te nat: voeg gescheurd karton toe, eierdozen, keukenpapier zonder plasticlaag. Valt het uit elkaar zonder dat je iets voelt, dan is het te droog en gebeurt er niets. Het moet aanvoelen als een uitgewrongen spons. Bij elke emmer keukenafval die erin gaat, gaat hier ongeveer evenveel karton naar binnen — dat is geen exacte wetenschap, maar het is de reden dat ik nooit iets hoef te kopen om de geur te bestrijden.

Wat wél meetbaar is: het sap onderin. In de zomer tapt ik dat elke week af, in de winter elke twee weken. Laat je het staan, dan gaat het gisten en ruikt de hele bak ernaar, ook al is de compost zelf in orde. Dat sap is geen afval; ik verdun het flink, ongeveer één deel op tien delen water, en gebruik het als bijmesting. Zie het als extra, niet als hoofdvoeding.

Drie systemen, drie verschillende problemen

De gewone compostbak

Dit is de bak hierboven. Hij kost bijna niets, je bouwt hem in een middag, en je houdt er echte compost aan over. Hij werkt het best met groenteresten, koffiedik, theebladeren, snoeiafval van je balkonplanten en heel veel karton. Geen gekookt eten, geen vis, geen vlees, geen zuivel, geen olie. Reken op twee tot zes maanden voor een lading, afhankelijk van het seizoen — in een warme zomer gaat het snel, tussen december en maart staat het bijna stil.

Het nadeel op een klein balkon is volume. Je hebt twee bakken nodig als je wilt blijven aanvoeren: één die staat te rijpen, één die je vult.

Bokashi

Dit is de enige methode die ik zonder aarzelen binnen zou zetten, onder de gootsteen of in een kast. Een stevige emmer met een deksel en een kraantje, waarin je keukenafval in lagen opstapelt en afdekt met geënte zemelen. Je drukt het telkens aan, doet het deksel erop, en dat is het. Niets draaien, geen lucht, geen geur zolang je het vocht aftapt — in het begin elke twee tot drie dagen.

Het grote voordeel is wat erin mag: gekookt eten, vis, botjes, ui, citrus, kaaskorsten. Dingen die je in een gewone bak niet kwijt kunt. Het grote nadeel heeft niemand me verteld: je houdt geen compost over, maar iets dat nog moet rijpen. Dat voorgerijpte spul moet de grond in of in een compostbak. Heb je geen van beide, dan heb je een probleem verplaatst in plaats van opgelost.

En er zit een tweede adder onder het gras: bokashi is de enige methode waarbij je iets moet kopen, namelijk de zemelen. Je kunt ze zelf maken, maar dat is een project op zich. Wie zegt dat je zonder aankopen kunt composteren, bedoelt meestal de andere twee.

De wormenbak

Een gestapelde bak met rode wormen, beddengoed van gescheurd karton en een beetje aarde of kokos, en porties keukenafval die je altijd onder het beddengoed begraaft. Je hoeft nooit te draaien; de wormen doen het werk, en je krijgt twee producten: wormenmest en wormensap.

Waar het misgaat is temperatuur, niet techniek. Wormen verdragen geen vorst. Vanaf een graad of nul gaan ze dood, en dat is in een Nederlandse winter niet theoretisch. Ik heb de bak in november naar binnen gehaald en in een kist met kranten gezet. In de zomer is het andere uiterste het probleem: een donkere bak in de middagzon op een zuidbalkon loopt op tot ver boven de dertig graden, en dan trekken de wormen zich terug of gaan ze dood.

Voeren is ook een kwestie van maat. Te veel in één keer en het gaat vergisten; kleine porties, verspreid, altijd bedekt. Ui en citrus met mate, geen gekookt eten, geen vlees, geen olie.

Zomer, winter en de Nederlandse regen

Drie dingen die je op een balkon anders doet dan in een tuin.

Regen is de eerste. Een deksel dat niet goed sluit betekent in oktober dat je bak vol water staat, en natte compost zonder lucht is precies de combinatie die stinkt. Zet hem ook niet onder een plek waar het water van een dakrand of regenpijp valt.

Zon is de tweede. Op een zuid- of westbalkon loopt de temperatuur in een donkere bak in juli op tot een niveau waar het proces stopt of de wormen het begeven. Zet hem uit de middagzon, tegen de noordkant of achter een plant. De ochtendzon mag, de zon van drie uur niet.

Vorst is de derde. Een gewone bak mag bevriezen — het proces stopt, maar het gaat niet dood; in maart gaat het verder waar het gebleven was. Blijf in de winter wel karton toevoegen, anders wordt het bij de eerste dooi een natte brij. Een wormenbak mag niet bevriezen. Wikkel hem in als je hem buiten laat: bubbeltjesplastic, een oude deken, een kartonnen doos met kranten eromheen. Bokashi heeft nergens last van, want die staat binnen.

Wat ik zou doen als ik opnieuw begon

Als je echt klein woont — één balkon van twee bij drie, geen tuin, geen berging — zou ik niet beginnen met een compostbak. Ik zou beginnen met een bokashi-emmer in de keuken, want die lost het dagelijkse afvalprobleem op zonder geur en zonder ruimte. En dan één bak van 40 tot 60 liter op het balkon voor het voorgerijpte materiaal, plus een geïsoleerde kist met wormen als je een hoek hebt die niet in de middagzon staat.

Heb je die hoek niet, dan blijft het bij twee emmers en een zak karton. Dat is geen concessie. Je hoeft geen tuin te hebben om je groenteafval te laten verdwijnen; je hebt een deksel, lucht en een afvoer nodig, en de rust om er één keer per week naar te kijken.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.