Verwelkte sla in natte grond wijst bijna altijd op wortelluis en niet op watertekort. De plant hangt rond het middaguur slap, staat 's nachts weer overeind, en bij het uitsteken zie je kleine witte, met was bedekte luizen op de wortels zitten, meestal omringd door bruin, aangetast wortelweefsel. Wat je ook op het blad doet, het bereikt die kolonie niet. De reactie die overblijft is de plant uitsteken, hem uit de tuin verwijderen en de planten eromheen dezelfde week controleren.
Natte grond, slappe plant, elke middag opnieuw
Ik had die ochtend nog gegoten. Niet omdat het nodig was, maar omdat het zo warm zou worden. Toen ik om een uur of één langs het bed liep, lagen de buitenste bladeren plat op de grond, slap en dofgroen, en de kop van de krop hing naar één kant. Ik voelde met mijn vingers naast de plant: de grond was kletsnat, koel, donker van het water. Ik dacht aan wortelbreuk. Ik had de week ervoor geplant, ik was misschien te ruw geweest.
Die avond om negen uur stond ze overeind. Niet helemaal perfect, maar recht. De volgende dag om één uur lag ze weer plat. En de dag daarna ook.
Dat ritme is de aanwijzing. Een plant die water tekortkomt, staat 's ochtends ook nog slap, want er is niets om uit te putten. Een plant waarvan de wortels worden leeggezogen, herstelt 's nachts als de verdamping stilvalt en de druk in de plant even terugkomt. Ik ben dat patroon pas serieus gaan nemen toen ik het drie dagen achter elkaar zag. Tot die tijd verklaarde ik het weg als hitte, als wind, als een slechte plant.
Wat er onder de kluit zit
Ik heb de plant die middag met een tuinvork gelicht, niet met de hand, want dan trek je de wortel af. De kluit viel bijna uit elkaar. En in plaats van een stevige penwortel met fijne haarworteltjes zat er een kort, stomp ding met een poederachtige witte waas in de oksels waar de zijwortels ontspringen. Mijn eerste gedachte was schimmel. Schimmel beweegt alleen niet.
Onder een vergrootglas zag ik ze zitten: bolle, doorschijnend witte luizen, bedekt met een laagje was, in groepjes tegen de wortel gedrukt. Rondom die groepjes was het wortelweefsel bruin en zacht. Niet het bruin van oud worden, maar het bruin van weefsel dat leeggezogen is. Een paar mieren liepen erbij, maar lang niet altijd; ik heb later planten gevonden zonder één mier erbij en met precies dezelfde kolonie.
De waslaag is het eerste dat opvalt en het laatste dat je moet onthouden. Die laag is waarom vocht een kolonie op een wortel niet meteen raakt, en waarom je iets ziet als poeder voordat je iets ziet als luis.
Waarom de populier twee tuinen verderop jouw planning bepaalt
Deze luis hoort niet thuis op sla. Ze overwintert als ei op populier, ontwikkelt zich in het voorjaar in die kleine buidelgallen op de bladeren, en pas in de zomer komen er gevleugelde exemplaren vrij die wegvliegen. Wat ze zoeken is niet populier maar de wortels van sla en verwanten. Ze landen, kruipen naar beneden, en beginnen ondergronds aan een kolonie die zich zonder mannetjes blijft vermeerderen.
De rij populieren achter de schuur van de buren is bij mij de reden dat het ene uiteinde van de tuin altijd eerder aan de beurt is dan het andere. Het bed het dichtst bij die bomen stond twee weken eerder te hangen dan het bed achter de frambozen. Dat is geen toeval en ook geen bodemverschil. Dat is afstand tot de bron.
Daar zit de enige echte greep die je hebt. Niet in de bestrijding, maar in de kalender. De vliegperiode is een venster van een paar weken in hartje zomer. Wat ik nu doe: de bedden het dichtst bij de populieren gebruik ik voor de vroege teelt, die voor die vlucht al geoogst is. De late zaai zet ik juist achteraan, want die ontsnapt vaak volledig aan het venster. Vorig jaar heb ik in augustus nog een rij uitgeplant die nooit een slappe plant heeft opgeleverd, op twee meter van waar in juni alles omviel. Dat is geen geluk, dat is timing.
Waarom alles wat je op het blad doet hier niets doet
Ik heb in het begin van alles geprobeerd op het loof, in de veronderstelling dat ik met bladluis te maken had. Ik zag niets zitten, dus ik behandelde preventief. Zonde van de tijd. De kolonie zit een handbreedte onder het maaiveld, op de wortel, op een plek die geen enkel middel vanaf de bovenkant bereikt. Zelfs de aanwezigheid van mieren klopt niet met het beeld: die zie je bij bladluis, maar bij wortelluis kom je ze maar af en toe tegen.
Er is nog iets dat die reflex zinloos maakt. De plant verwelkt niet omdat er geen water is, maar omdat het wortelgestel het water niet meer doorlaat. Meer gieten lost dat niet op; je maakt de grond alleen natter en kouder, precies de omstandigheden waarin het aangetaste wortelweefsel gaat rotten. Ik heb planten een week laten staan in de hoop dat ze zich zouden herstellen, en dan gebeurt het omgekeerde: de buurplant ernaast begint ook te hangen, en de plant zelf wordt een zachte, bruine voet in natte grond.
Daarom mag een verdachte plant niet in het bed blijven staan. Ik steek hem op, schud de grond er zo goed mogelijk af, doe hem in een zak die ik dichtknoop, en die gaat mee naar de grijze container. Niet op de composthoop naast het bed, niet op de grond laten liggen om te drogen. Zodra de plant weg is, kijk ik dezelfde middag de planten eromheen na, en de week erna nog een keer.
Wat ik nu deed, en wat ik niet kan oplossen
De eerste keer heb ik bijna mijn hele tuinplanning omgegooid. Dat was te veel. Wat overblijft is een gewoonte: in warm weer loop ik om een uur of één door de tuin, niet 's ochtends. 's Ochtends staat alles recht, ook de plant die 's middags omvalt. Ik loop altijd eerst langs de populierenkant. Bij twijfel licht ik de plant met de vork, ook als hij er nog redelijk bij staat, want tegen de tijd dat de hele krop plat ligt, is de wortel al ver heen.
Wat ik niet kan oplossen, en dat moet ik erbij zeggen: de bomen zijn niet van mij. Ook als ze dat wel waren, zou de vlucht doorgaan. Er bestaat geen manier om een kolonie ondergronds buiten je bed te houden als de omstandigheden kloppen. En sommige jaren gebeurt er gewoon niets, met een koele, natte zomer en weinig luizen op de populieren. Ik heb twee seizoenen gehad waarin ik geen enkele slappe plant vond en toch dezelfde indeling had.
Wat overblijft is het onderscheid dat ik inmiddels blind maak. Een plant die 's ochtends al slap hangt, heeft dorst of een probleem met zijn wortels, en dat is een ander verhaal. Een plant die 's middags plat ligt en 's nachts terugveert, terwijl de grond nat is, heeft bezoek. Je hoeft alleen de wortel op te lichten om te weten welk van de twee het is.