Wind droogt je balkonplanten uit, ook als je water geeft

Wind droogt balkonplanten uit doordat hij continu water uit de bladeren trekt, niet doordat hij de potgrond sneller laat opdrogen. Op een balkon komt daar een tweede kracht bij die een gewone tuin niet heeft: een zuid- of westmuur en een stenenvloer die warmte terugstralen op de pot zelf. Die twee krachten werken op verschillende plekken. De wind grijpt het blad, de stralingswarmte grijpt de pot en de wortels, en daarom lost één maatregel het zelden op. Behandel het blad en de pot als twee aparte problemen, en kijk per dag welke van de twee de overhand heeft.

Wind droogt je balkonplanten uit, ook als je water geeft

Ik sta om zeven uur 's ochtends met twee vingers in de pot van een tomaat. De grond is koel en vochtig, de bladeren staan strak. Om drie uur 's middags hangt dezelfde plant slap, en als ik dan weer voel, zit er nog steeds vocht in die grond. Dat is precies het punt waarop het op een balkon misgaat: er wordt gegoten terwijl er niets te gieten valt.

De vingerproef: grondprobleem of bladprobleem

Wat er tussen die twee metingen gebeurt, is dit. Tegen een blad plakt altijd een dun laagje lucht dat vochtig en stil is, en dat laagje remt de verdamping. Wind blaast dat laagje steeds weg, waardoor het blad blijft verdampen alsof er geen rem op zit. Een plant in de volle grond haalt dan water uit een wortelstelsel dat een halve meter diep zit. Een plant in een pot van tien liter heeft niets achter de hand. Hij sluit zijn huidmondjes, laat zijn bladeren hangen en beperkt zo de schade.

Daarom is mijn eerste handeling op een warme dag niet gieten, maar voelen. Steek je vinger tot het tweede kootje de grond in, naast de stam, niet aan de rand waar het altijd droog lijkt. Voelt het daar vochtig, dan is het een bladprobleem: de plant verliest meer water dan hij kan aanvullen. Meer water helpt dan niet, en een pot die toch al warm staat vol gieten is een prima manier om wortels te laten wegrotten. Wat wel helpt is de wind van die plant weghalen of hem tijdelijk op een beschutte plek zetten.

Voelt het op dat punt droog, dan is het een potprobleem en giet je. Het waterverbruik op een winderige zuidkant ligt hoger dan in een beschutte tuin met precies evenveel zon, simpelweg omdat er meer wordt verdampt. Ik giet in twee keer. De eerste keer om de bovenlaag te weken, want kurkdroge potgrond stoot water af en laat het langs de rand naar beneden lopen. De tweede keer om het echt te laten zakken. En 's ochtends, niet 's avonds, zodat het blad voor de nacht droog is.

Staken doe je laag, niet hoog

Tomaten, bonen en paprika's zijn de planten waar de wind het meeste schade doet, en niet omdat ze zwak zijn. Een windstoot grijpt de top vast en buigt de hele stengel door. Hoeveel kracht er op de aanhechting onderaan terechtkomt, hangt af van hoeveel stengel er boven de steun uitsteekt. Als je alleen bovenaan vastmaakt, maak je van de hele plant één hefboom.

Ik bind daarom eerst laag, op twintig, dertig centimeter, met touw of een strip die niet in de stengel snijdt en met ruimte om te groeien. Pas daarna komt er hoger een tweede punt, en dat mag los zitten. Een stengel die een beetje kan bewegen wordt dikker; een stengel die star vastzit, breekt op de plek waar hij het minst kan meegeven.

Er is nog iets dat hierbij hoort en dat vaak over het hoofd wordt gezien: planten uit een kas zijn niet gehard tegen wind, alleen tegen zon. Ze hebben dun blad en een zachte stengel omdat ze nooit beweging hebben gevoeld. Dat zijn twee aparte dingen om aan te wennen. Ik zet zo'n plant eerst een uur buiten op een plek uit de tocht, de volgende dag twee uur, en pas na een dag of vijf op de plek waar de wind echt komt. De beweging zelf is de training.

De muur als kachel

Nu de tweede kracht, en dat is degene die mensen het minst verwachten omdat er geen wolkje aan de lucht is. Een zuid- of westmuur, een stenen balkonvloer en het balkon boven je slaan overdag warmte op en stralen die in de middag en avond terug. De lucht tien centimeter van die muur is warmer dan de lucht waar het weerbericht het over heeft. Je ziet het niet aan een thermometer in de schaduw, maar wel aan de pot.

Ik leg 's middags mijn hand op de zonkant van een pot. Als ik hem daar niet comfortabel kan houden, is de bovenste laag grond te warm voor de wortels, wat de lucht ook doet. Bij tomaat en paprika betekent dat bloemen die afvallen zonder vrucht te zetten: de plant bloeit, en dan gebeurt er niets. Bij sla en spinazie is warme grond in combinatie met lange dagen precies wat ze laat schieten, waarna het blad bitter wordt.

Wat ik daaraan doe is niet ingewikkeld. Lichte potten in plaats van zwarte, want zwart kunststof wordt in de volle zon veel heter dan de lucht eromheen. De pot beschaduwen en niet het blad: een pot die achter een andere pot staat of half onder de borstwering, houdt koelere wortels terwijl de bladeren gewoon licht krijgen. De bovenlaag afdekken met een laag compost of gras, zodat de zon niet direct op de grond valt en er minder verdampt. En potten tegen elkaar aan zetten, zodat ze elkaars zijkant beschaduwen. Een grote pot doet het op alle punten beter dan een kleine: meer waterbuffer, en het duurt langer voor hij doorwarmt.

Blad koel houden en pot koel houden is niet hetzelfde

Op een erg warme zuid- of westkant hebben tomaten en paprika's baat bij schaduw in de middag. Dat vraagt niet per se iets dat je moet kopen: de muur of het balkon boven je levert op veel balkons al een schaduwrand. Ik zet zulke potten 's ochtends in het licht en schuif ze in de middag een halve meter naar achteren, de schaduw in. De ochtendzon geeft licht zonder de hete uren, en juist in de middag beslist de plant of een bloem uitgroeit of valt.

Sla en spinazie liggen anders. Die verdragen warmte op het blad beter dan je zou denken; hun zwakke punt is de pot. Zij schieten door warme wortels, niet door warme bladeren. Voor hen helpt het meer om de pot uit de zon te halen dan om het blad af te schermen. En als het echt warm wordt, kun je bij bladgroenten beter kiezen voor rassen die traag schieten dan proberen het hoofd koel te houden.

Wind breken zonder wervels te maken

Hier zit een principe dat de meeste mensen verkeerd doen. Een dicht scherm houdt wind tegen, maar de lucht gaat eroverheen en komt erachter als een rollende wervel terug. Een plant achter zo'n dicht paneel krijgt wind uit steeds wisselende richtingen en heeft er soms meer last van dan in de open lucht. Iets dat de wind deels doorlaat, remt hem af zonder die wervel te maken. Hoeveel lucht erdoor kan is wat telt, niet hoe hoog of hoe stevig het is.

Je balkonhek is vaak al zo'n doorlaatbare barrière, met spijlen of latten waar de wind tussendoor gaat. Kijk waar het echt versnelt: tussen twee gebouwen in, bij een hoek, of door de kier onder de borstwering. Dat zijn de plekken waar de schade ontstaat, niet de hele breedte van het balkon. Ik werk van onder naar boven en laat de bovenkant open, want een dichte bovenrand duwt de wind juist naar beneden.

Heldere nachten zijn het echte risico

Koude lucht zakt naar beneden. Op lagere balkons blijft de vorst ongeveer bij de omgeving: dezelfde vorstdata als de tuinen in de buurt, omdat de koude lucht daar net zo goed blijft hangen. Hoger wordt het anders. Op een heldere, windstille nacht straalt een bovenbalkon warmte rechtstreeks de lucht in en koelt het sneller af dan de tuin beneden. Ik heb op een hoge verdieping vorst op de potten gehad terwijl het een paar honderd meter verder op de volkstuin niets was.

En hier komt de wisselwerking met de rest van dit verhaal. Wind houdt de lucht in beweging, en beweging beschermt tegen nachtvorst. Alles wat je overdag doet om de wind te remmen, maakt de hoek achter dat scherm 's nachts juist kouder. Op heldere voorjaarsnachten let ik daarom op iets anders dan overdag: dan gaat het niet om uitdrogen maar om afkoelen, en gaan de potten die net buiten stonden tegen de muur of naar binnen.

Wat ik op een dag doe is uiteindelijk weinig spectaculair. 's Ochtends voelen in de pot, water geven in twee keer, de zonkant van de pot controleren met de hand, planten laag vastmaken in plaats van hoog, en in de middag schuiven met wat het nodig heeft. Maar het belangrijkste is dat ene moment waarop de bladeren hangen en de grond nog nat is. Dan giet je niet. Dan pak je de wind aan.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.