Elke avond water geven is extra vocht voor phytophthora

Water geven in de avond is precies verkeerd bij tomaat. Elk uur dat een blad nat blijft, is een uur waarin phytophthora kans krijgt, en water dat om acht uur 's avonds over het gewas gaat, houdt dat blad nat tot diep in de nacht, wanneer de temperatuur zakt en de verdamping stopt. De maatregel die het meest oplevert is daarom niet een middel of een hulpmiddel, maar de vraag hoe lang het blad nat blijft. Water in de ochtend, laag bij de grond, en verder alles wat de bladeren snel laat opdrogen.

Elke avond water geven is extra vocht voor phytophthora

Ik geef al jaren water in de avond. Niet omdat ik denk dat het goed is, maar omdat het dan rustig is: de tuin wordt donker, de gieter staat toch bij de kraan, en het is het laatste wat ik doe voor ik naar binnen ga. Vorig jaar in augustus liep ik op een avond langs de tomatenrij en streek met mijn hand langs een blad. Het was koud en nat. Om zeven uur de volgende ochtend was het nog nat, en niet alleen van de dauw. Tussen die twee momenten lag een hele nacht waarin dat blad geen minuut is opgedroogd.

Dat beeld krijg ik niet meer weg. Phytophthora heeft geen dor blad nodig, hij heeft een nat blad nodig, en hoe langer dat nat duurt, hoe meer tijd er is. Sindsdien weeg ik elke gewoonte in de tuin met één maat: hoe lang blijft dit blad nat?

Rekenen in uren nat blad

Ik tel het niet met een klok, maar ik zie het wel. Er is een verschil tussen de rij waar het blad om zeven uur nat is van de dauw en om half negen droog, en de hoek achter de schuur waar het om elf uur 's ochtends nog glimt. Zelfde grond, zelfde ras, zelfde weer. Het verschil zit in wat ik zelf doe.

Dauw kun je niet tegenhouden, en dat hoeft ook niet. Dauw droogt op zodra de zon op het blad valt. Regen kun je niet tegenhouden. Wat je wel in de hand hebt, is alles wat er bovenop komt: de gieter, de richting waarin het water gaat, de plant die je ernaast zet, en de wind die je er wel of niet bij laat.

Water in de ochtend, aan de voet, gericht

Een gieter met een brede broes over het gewas heen is precies wat je niet wil. Ik zet de tuit bij de grond, tussen de stengel en de buitenkant van het blad, en laat het water in de bodem lopen in plaats van over de plant. De richting maakt uit: van de zijkant naar binnen, niet van boven naar beneden. In de ochtend heeft een spat die toch op een blad komt nog een hele dag zon en wind om te verdampen. In de avond gaat datzelfde spat mee de nacht in.

Het gaat me niet om de hoeveelheid. Ik steek eerst mijn vinger in de grond. Bij mij in de volle grond is de bovenlaag in de nazomer zelden zo droog dat een plant het niet redt, terwijl het blad van elke gieter wel nat wordt. Water dat de plant niet nodig heeft, is niet neutraal. Het is nat blad.

En als het toch 's avonds moet, want dat gebeurt: dan alleen aan de voet, met de tuit laag tegen de grond, zonder één druppel op het blad. Dat is het verschil tussen een avondbeurt die je nog kunt verantwoorden en een avondbeurt die je de volgende ochtend terugziet. Het nadeel van de ochtend is dat je vroeger buiten staat en dat er in de zomer meer verdampt voordat het water bij de wortels is. Dat is de prijs, en die betaal ik liever dan een natte nacht.

Het blad onder de eerste tros eruit

Het laagste blad is het blad dat het langst nat blijft. Het hangt het dichtst bij de grond, het krijgt het minste licht en de minste wind, en na een flinke bui zit het onder de modder. Ik haal het weg, in kleine porties, een paar bladeren per keer, tot net onder de eerste bloemtros. Wat overblijft is een open onderkant waar de lucht doorheen kan, en dat verandert meer aan het microklimaat dan je zou denken. De rest van het blad droogt sneller, juist omdat eronder ruimte is gekomen.

Er zit een grens aan. Haal je te veel weg, dan hangen de vruchten aan een kale stengel in de volle zon en verbranden ze aan de zonkant. Ik laat dus altijd genoeg blad boven de tros staan om de vruchten te dekken. En na een natte periode loop ik de rij langs op blad dat al vlekken heeft; dat gaat er als eerste uit, voordat het de rest meesleept.

Plantafstand en steunen doen meer dan het ras

Ik heb rassen verwisseld, ik heb van alles geprobeerd, en het minste verschil maakte welk ras er stond. Het meeste verschil maakte hoe ver de planten uit elkaar staan en of ze opgebonden zijn. In de volle grond hou ik 60 tot 80 centimeter aan, één stengel per stok, de dieven eruit. Dan kan er iets tussen de planten door waaien.

Twee bladeren die elkaar raken, drogen niet. Ze houden elkaar nat. Als de rest van de rij al droog is, zijn die twee plekken nog vochtig, en dat zijn precies de plekken waar het begint. Steunen is voor mij daarom niet alleen een kwestie van niet omwaaien: een opgebonden plant houdt zijn blad van de grond en waait open, een plant die over de grond ligt is een natte plant.

In een echt nat jaar helpt dit allemaal minder dan je hoopt. Dan bepaalt het weer het, en gaat het erom wat je weghaalt en of de planten open genoeg staan om snel te drogen zodra het opklaart.

De windschaduw naast de schutting

Jaren stond de tomaat in de hoek naast de schutting, want daar was ruimte. Dat is precies de verkeerde plek. Achter een schutting of heg staat de wind stil, en in die stilte blijft de lucht vochtig hangen, 's ochtends het langst. Ik zag het aan het blad: in die hoek glom het om tien uur nog.

De meest blootgestelde plek in de tuin is meestal de veiligere. Daar waait het, daar droogt het blad, daar beweegt de lucht. De prijs is dat de plant meer wind vangt, dat je steviger moet staken en dat de grond sneller uitdroogt. Dat is een echte afweging: je ruilt windschade en extra water geven in voor een kortere periode waarin het blad nat is. Voor tomaat in de open grond kies ik dat bijna altijd.

Op een balkon of in een kleine tuin geldt hetzelfde. Een plant in een hoek die aan drie kanten beschut staat, droogt traag. Zet hem liever aan de rand waar de lucht er langs kan, ook als dat er minder beschut uitziet.

Mulchen tegen opspattend water, met een prijs

Het gaat bij mulch niet om het spul zelf, maar om wat het tegenhoudt: opspattend water. Bij een flinke bui slaat water met gronddeeltjes tegen het laagste blad, en als daar phytophthora in de grond zit, reist het mee omhoog. Een laag stro of grasmaaisel tussen de planten breekt die spat.

Twee dingen hou ik daarbij in de gaten. Rond de stengel laat ik een handbreedte open; mulch die tegen een natte stengel ligt, vraagt om problemen, en slakken zitten er graag onder. En grasmaaisel leg ik niet te dik, want dan wordt het een natte mat die de bovenlaag van de grond vochtig houdt. Dat is precies waarom mulchen niet automatisch goed is: het houdt bodemvocht vast, wat fijn is in een droge periode, maar het zet de onderkant van het gewas in een vochtiger laag lucht. Kies je mulch dus bij je probleem. Heb je vooral last van droogte, dan helpt het. Heb je vooral last van een ziekte die nat blad nodig heeft, dan moet de rest van je maatregelen kloppen voordat de mulch iets oplevert.

Wat je niet wegkrijgt

Als het dagen achter elkaar regent, helpt geen enkele gewoonte. Dan gaat het er alleen om of de planten open genoeg staan om te drogen zodra het weer omslaat, en of je het aangetaste blad op tijd weghaalt. Phytophthora komt ook van buiten je tuin; de sporen waaien aan. Wat je in de hand hebt, is de tijd die ze nodig hebben om ergens te landen en binnen te dringen. Daar zit alles wat ik hierboven doe, en verder niets.

Ik geef nu water om zeven uur. De gieter staat op de grond tussen de rijen, ik hou hem laag en ik loop niet langs de bladeren maar langs de stengels. Als ik rond een uur of tien terugkom in de tuin, is er niets meer nat. Dat is genoeg.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.