Elke drie weken een nieuw zaaisel houdt kruiden jong

Wie eenjarige kruiden met zachte bladeren — basilicum, koriander, dille, kervel — in één keer uitzaait, oogst een paar weken goed blad en kijkt daarna tegen bloemstengels aan. De oplossing zit niet in een ander ras of een slimmere soort, maar in het ritme: zaai elke drie weken een kleine hoeveelheid, in potten die je toch al hebt staan, en laat de zaaisels elkaar opvolgen. Elk zaaisel hoeft maar kort goed te zijn; samen dekken ze het hele seizoen.

Elke drie weken een nieuw zaaisel houdt kruiden jong

Ik heb jarenlang één keer per jaar gezaaid, en dat deed ik zorgvuldig. In april ging de hele balkonbak vol koriander, met een aparte pot basilicum ernaast en een stokje met de datum erin. Tot eind mei was dat prachtig. In juni kwam de koriander omhoog, maakte schermpjes, en binnen twee weken was er geen blad meer over om te knippen. De basilicum hield het iets langer vol, maar stond tegen half juli als een kale stengel met één knop bovenin.

Ik zocht het eerst in van alles: meer water, andere potgrond, een zonniger plek, een grotere pot. Niets hielp, want er mankeerde niets aan de verzorging. Het probleem was de planning. Ik zette al mijn kaarten op één moment.

Wat wel werkte, was kleiner en vaker. Niet één bak vol, maar vier potten over het seizoen, om de drie weken gevuld.

Waarom drie weken

Die drie weken komen niet uit een boekje. Het is ongeveer de periode dat zo'n plant nuttig blad levert voordat hij wil bloeien. Van zaad tot de eerste keer knippen zit je in het voorjaar op vier tot zes weken, in juli op drie tot vier, want warmte versnelt alles — ook het doorschieten. Een zaaisel is dus ruwweg drie tot vijf weken productief. Zaai je er één, dan heb je één venster. Zaai je om de drie weken, dan schuift het volgende venster open voordat het vorige sluit.

Koriander is mijn ijkpunt. Die slaat het snelst op hol in warm, droog weer, dus als de koriander van de vorige ronde dun wordt en de stengel in het midden omhoogkomt, vul ik de volgende pot. Bij dille en kervel mag je gerust een week later zijn; die rekken het iets langer. Bij basilicum let ik niet op de plant maar op de kalender, want die zie je minder aankomen.

Klein zaaien, niet veel zaaien

Het tweede dat ik moest afleren, was ruim zaaien. Een dik gezaaide pot lijkt een goede start, maar het is het tegenovergestelde. In een balkonbak van dertig centimeter zet ik uiteindelijk drie of vier basilicumplanten, of een rij koriander op vijf tot acht centimeter van elkaar. Alles daartussen gaat eruit zodra het twee echte blaadjes heeft.

Dat voelt als weggooien, en dat is het ook. Maar die wortelconcurrentie is precies wat een plant stress geeft, en stress betekent in dit geval: sneller bloeien. Dun zaaien en op tijd uitdunnen is geen netheid, het is de reden dat een plant in een kleine pot het überhaupt uithoudt.

Water, warmte en de twee dingen die ik nooit meer doe

Eenjarige kruiden willen gelijkmatig vocht. Eén droge week in een kleine pot is genoeg om basilicum en koriander richting bloem te duwen — niet omdat ze doodgaan, maar omdat ze haast krijgen. Kleine potten drogen snel uit, zeker tegen een muur. Ik zet ze op een schotel, geef 's ochtends, en til de pot op om te voelen of hij nog zwaar genoeg is. Licht aanvoelen betekent dat ik te laat ben.

Basilicum kiemt en groeit pas boven ongeveer twaalf tot vijftien graden. Zaai je hem buiten voordat de grond op temperatuur is, dan gebeurt er niets: het zaad ligt te wachten, en in koude natte grond rot het eerder weg dan dat het opkomt. Je wint dus geen tijd met vroeg zaaien, je verliest zaad. Binnen voorzaaien kan wel, maar een vensterbank is 's nachts koud en het licht komt maar van één kant.

Toppen, en waarom losse blaadjes plukken niet werkt

Je knijpt of knipt de groeipunt net boven een bladpaar weg. De stengel kan dan niet verder omhoog en de plant maakt zijscheuten vanuit de oksels. Dat is precies wat je wilt: een lage, brede plant in plaats van een stengel met een knop bovenin.

Pluk je alleen losse blaadjes van onderaf, dan blijft de top gewoon doorgroeien en loopt hij evengoed in bloei. Het toppen en het oogsten zijn bij basilicum dezelfde handeling: je knipt de bovenkant van een scheut terug tot net boven een bladpaar, en wat je in je hand hebt is de oogst. Bij koriander werkt het anders, want die groeit vanuit het hart. Een jonge koriander loopt na een stevige knip vaak nog een keer uit; een plant die al een bloemknop heeft, kun je niet meer terugdraaien.

Na de langste dag wordt het makkelijker

Vanaf eind juni worden de dagen korter en de nachten koeler, en dat is precies waar koriander, dille en kervel op reageren. Zaaisels van juli en augustus geven bij mij blad in plaats van bloem, en zijn vaak de makkelijkste van het jaar. De reeks doorzaaien kost in die periode minder moeite dan in mei.

Basilicum is de uitzondering. Die stopt met produceren zodra de nachten afkoelen, dus de laatste basilicumzaai valt bij mij rond half juli. Onder glas of tegen een beschutte zuidmuur kun je dat een paar weken opschuiven, maar reken er niet op dat een zaaisel van eind augustus nog iets oplevert.

Een kas verandert het ritme trouwens in de andere richting. Warmte versnelt het doorschieten, dus binnen loopt koriander sneller dan buiten. Daar ga ik naar twee weken in plaats van drie, en soms is de eerlijkste oplossing niet een extra pot maar een plek met schaduw in de middagzon.

Wat je opgeeft

Dit ritme kost ruimte en het kost etiketten. Ik schrijf met potlood een datum op een strook schilderstape en plak die op de pot. Dat klinkt pietluttig tot je vier potten hebt staan en niet meer weet welke twee weken oud is.

Je hebt ook nooit één grote oogst. Alles komt in kleine porties, de hele zomer door. Wie in één keer veel wil oogsten, is met dit systeem slechter af dan met één grote bak.

En het maakt een slechte plek niet goed. Tegen een zuidmuur in de volle middagzon schiet koriander ook met vier zaaisels door. Dan helpt verplaatsen meer dan nog een pot. Als je een weekend weg bent in juli, kun je bovendien een zaaisel kwijtraken en valt er een gat in de reeks.

Dat is meteen het punt waarom ik het volhoud. Een mislukt zaaisel is niet het einde van het seizoen, het is één schakel. Te droog, te warm, omgewaaid, vergeten — je vult gewoon de volgende pot en drie weken later loopt de reeks weer. Bij mij staat het er ongeveer zo: half april de eerste basilicum binnen, begin mei de eerste koriander buiten, daarna om de drie weken een nieuwe pot tot in juli, en vanaf augustus alleen nog dille, kervel en koriander. Tot in het najaar heb ik dan jong blad, zonder dat alles op hetzelfde moment klaar is.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.