Echte struiktomaten dief je niet, stamtomaten wel, en de plant zelf vertelt je in welke van de twee categorieën hij valt. Een onbepaalde of cordontomaat groeit door zolang het seizoen het toelaat en zet in elke bladoksel een nieuwe scheut, dus daar moet je wekelijks met je vingers in. Een bepaalde of echte struiktomaat zet na drie tot vijf trossen zelf een bloemtros bovenop de hoofdstengel, stopt daarna met groeien en draagt de oogst aan de zijscheuten. Die zijscheuten laat je dus staan. Half-bepaalde rassen zitten ertussenin: daar haal je alleen de onderste twee of drie scheuten weg en blijf je van de rest af.

Ik loop de rij af op een zaterdagochtend in juni, half negen. Het glas aan de noordkant is nog nat, de eerste hommels zitten in de bloemen van de aardbeien naast de deur en mijn duim ruikt naar tomaat zodra ik een blad aanraak. Bij de eerste plant twijfel ik, want het was een zakje zonder veel tekst. Dus ik doe wat ik altijd doe bij twijfel: ik pak de hoofdstengel bij de grond vast en schuif met mijn andere hand langs de bladeren omhoog, op zoek naar de top.
Dat is de hele sleutel. Niet het zakje, niet de naam, niet wat de buurman doet. De top van de hoofdstengel.
Wat je in de oksels ziet als je omhooggaat
Bij elk blad zit tussen de bladsteel en de stengel een V. Dat is de oksel, en daar hoort niets in te zitten. De bloemtros komt namelijk niet uit die V maar uit de stengel zelf, meestal net boven een blad. Wie in mei te snel knijpt, knijpt de eerste tros eraf. Dat is de klassieke fout van het eerste jaar.
Zit er wel een scheutje in de V, een klein stengeltje met eigen blaadjes in dezelfde hoek, dan is dat een dief. Bij een cordon vind je er zo drie, vier, vijf onder de eerste tros, en dan is het antwoord op de vraag uit de titel eigenlijk al gegeven: deze plant moet elke week een ronde.
Knijp dat bij droog weer, als het gewas niet nat is van dauw of regen, en laat geen stompje van meer dan een paar millimeter staan. Een nat wondje in een vochtige kas is een open deur voor botrytis.
De top geeft de doorslag
Bovenin, tussen duim en wijsvinger, zie je bij een cordontomaat een groeipunt: een klein puntje met jonge, nog opgevouwen blaadjes. Daaronder hangt om de twee, drie bladeren een tros met bloemen, en daarboven zit gewoon weer een nieuw puntje. Hij gaat door. Laat je hem gaan, dan staat hij in augustus tegen het glas en heb je meters touw verbruikt. Dit is het type dat in de winkel stamtomaat heet en dat je als één enkele stengel langs een stok of touw leidt.
Bij een struiktomaat eindigt de hoofdstengel in een bloemtros. Geen groeipunt, geen jong blad, alleen bloemen als laatste. Direct daaronder lopen vaak twee sterke zijscheuten door die de plant overnemen. Die scheuten zijn de oogst. Er valt dan niets meer te dieven, want er is geen doorgaande kop meer die nieuwe oksels blijft maken.
Waarom je een struik met rust laat
Eén scheut per ongeluk weghalen is geen ramp. Het probleem begint als je een struiktomaat elke week behandelt als een stamtomaat. Zo'n plant zet zijn hele oogst in een paar weken, niet over maanden. Elk blad dat je in die weken weghaalt, is blad dat de trossen die er al hangen niet meer kan voeden. Je ziet het in juli: het fruit blijft klein, rijpt ongelijk, en de schouders verbranden in de zon omdat er geen blad meer boven hangt. Vaak reageert de plant ook nog met een nieuwe ronde scheuten onderin, die te laat komen om nog af te rijpen.
Bij een cordon ligt dat anders. Die maakt de hele zomer nieuw blad en nieuwe trossen, dus daar is corrigeren geen verlies. Daar is corrigeren juist het werk.
Half-bepaald: alleen de onderste twee of drie
Sommige rassen zitten tussen beide types in. Je komt ze tegen onder de pruimtomaten en onder een deel van de oudere vleestypen. Ze groeien verder dan een struik maar stoppen op een gegeven moment, en ze spreiden hun oogst over een langere periode dan een echte struik. Hier is de lichte hand op zijn plaats: haal de twee laagste scheuten weg, zodat de onderste tros niet in het vochtige blad of tegen de grond hangt, en blijf daarboven van de plant af. Ga je hoger dan de eerste tros, dan haal je de trossen van de tweede helft van het seizoen weg.
Vleestomaat, kerstomaat en de naam die niets zegt
Vleestomaat zegt niets over groeiwijze. Er zijn vleestomaten die als onbepaalde stamtomaat worden verkocht en vleestomaten die als struik groeien. Kersttomaten zijn meestal onbepaald en woekeren in een kas, maar er bestaan ook kleine struikvormen voor een pot. Het enige waar je op kunt bouwen is de regel groeiwijze op het zakje of het label: bepaald, onbepaald of half-bepaald. Staat die er niet, dan zijn je eigen ogen bovenin de plant de enige betrouwbare bron.
En let op de woorden zelf. In het Nederlands betekent stamtomaat in de praktijk: een onbepaald ras dat als één stengel wordt opgekweekt. Struiktomaat betekent: een bepaald ras dat als bossige plant groeit. Maar bij jonge plantjes in het voorjaar worden die woorden vaak gebruikt naar de pot waarin ze staan, niet naar de plant die eruit komt. Een plantje van vijftien centimeter verraadt zijn groeiwijze nog niet.
Als je het niet weet: twee weken niets doen
Dat is mijn standaardantwoord op de twijfelvraag. Laat de plant twee weken ongemoeid en kijk daarna naar de top. Een cordon staat dan duidelijk hoger, met nieuwe trossen en een groeipunt dat nog steeds blaadjes maakt. Een struik laat zien waar hij stopt: een tros bovenaan, en daaronder zijscheuten die de ruimte overnemen. Twee weken wachten kost je hooguit een handvol kleine scheuten die je alsnog weghaalt. Verkeerd dieven in juni kost je fruit dat je niet meer terugkrijgt.
Toppen is iets anders dan dieven
Wat je in augustus met een cordontomaat doet, de kop eruit knijpen zodat de laatste trossen nog kunnen afrijpen voor de herfst, is geen dieven. Bij dieven haal je een zijscheut uit een oksel weg. Bij toppen haal je het groeipunt van de hoofdstengel zelf weg, en daarna is het klaar: er komt geen nieuwe tros meer bij. Voor een struiktomaat geldt dat toppen al helemaal niet, want die plant is zichzelf sinds de eerste tros aan het toppen.
Wat ik nu doe
Terug naar die ochtend in de kas. De eerste plant bleek een cordon: vier scheuten onder de eerste tros, een groeipunt dat maar doorging, en tegen de middag hing hij weer netjes aan zijn touwtje. De plant ernaast, een potplantje waarvan ik het niet meer wist, liet ik staan. Twee weken later zat er een tros bovenop de kop en groeiden de twee scheuten eronder als een waaiertje verder. Struik. Nooit meer aangeraakt, en in augustus hing de plant vol trossen die ik niet had weggegooid.
Dat is het verschil. Dieven is geen onderhoudsklusje dat je op alle tomaten plakt omdat het nu eenmaal moet. Het is een ingreep die bij één type plant hoort. Je leest het aan de top, je telt de oksels, en daarna doe je bij de een elke week een ronde en laat je de ander met rust.