Deze fouten bij het dieven kosten je tomatenoogst

De duurste fout bij het dieven van tomaten is zelden de knip zelf, maar het moment en het doel ervan: een bloemtros voor een dief aanzien, dieven terwijl het gewas nat is, of zo veel blad weghalen dat de vruchten onbeschermd in de zon hangen. Elke fout laat een spoor achter dat je binnen een week of twee aan de plant kunt teruglezen, en dat spoor is meestal eerder zichtbaar dan de schade te herstellen is.

Ik loop die ronde 's ochtends, voordat het glas warm wordt. Het eerste wat ik doe is niet kijken maar voelen: met de rug van mijn hand langs een blad, en als er vocht op blijft hangen blijft de schaar in mijn zak. Dat is geen gewoonte die ik van iemand heb overgenomen. Die heb ik mezelf aangeleerd na een rij waarvan de stengels in drie dagen van onderaf grijsbruin werden, precies op de plekken waar ik net had gesneden.

De tros die je voor een dief aanzag

In de eerste dagen lijken ze sprekend op elkaar. Allebei een puntje in de oksel, allebei groen, allebei even dik. Het verschil zit hem in wat eraan zit: een dief heeft kleine opgevouwen blaadjes en een groeipunt, een tros heeft knobbeltjes op een steeltje en geen blad. Maar dat zie je pas als het puntje een centimeter of vijf is. Wie elke ochtend trouw de puntjes weghaalt zodra ze verschijnen, haalt op een kwade dag de onderste tros weg en merkt dat pas als de plant hoger niets meer aanmaakt.

Wat je dan ziet: een kale plek in de oksel, geen gapende wonde, niets dramatisch. De plant gaat gewoon verder. Maar die eerste tros is wel de tros die het eerst rijpt, en in ons klimaat is dat precies de tros die zijn vruchten af heeft voordat het natte najaar begint. Ik ben daarom milder geworden met de onderste oksels. Ik laat het puntje zitten tot ik het zeker weet en knijp het dan alsnog weg.

Nat gewas, natte handen

Iedereen weet dat je niet in de regen moet snoeien. Wat ik zelf het langst niet doorhad, is dat een kas 's ochtends net zo nat is als buiten. Het condenswater zit op de bladeren, mijn handen worden er vochtig van, en de schaar is na drie planten glibberig van het sap. Zo verplaats je iets van de ene plant naar de volgende zonder dat je het ziet.

Het gevolg is verraderlijk omdat het niet meteen opvalt. Een paar dagen later zit er een donkere, vochtige plek rond een snee die maar niet indroogt, en van daaruit trekt het de stengel in. Ik heb een keer een hele rij op zo'n ochtend gedaan omdat ik die dag toch tijd had. Ik heb het nooit meer gedaan. Nu wacht ik tot de bladeren droog aanvoelen, ook als dat betekent dat ik 's middags opnieuw moet lopen.

Te laat geknepen: het verschil tussen zacht en houtig

Een jonge dief knijp ik tussen duim en wijsvinger. Hij knapt, er blijft een wondje van een paar millimeter over, en de volgende dag zit er een bleek korstje op. Dat is zoals het hoort.

Een dief die ik een week of drie heb laten zitten, is iets heel anders. Die is hard, vezelig, soms al bijna houtig, en die krijg je met je vingers niet meer netjes weg. Dan komt de knife eraan en snijd je een vlakke wond van een centimeter of meer in de hoofdstengel. Zo'n wond blijft langer vochtig, sluit traag, en is wekenlang een open deur. Ik heb op zulke plekken precies de plekken gezien waar later de stengel bruin wegrot.

De praktische les is saai: elke vijf tot zeven dagen langsgaan in warm weer, niet één keer per maand grondig. Liever tien kleine korstjes dan twee grote wonden.

Te veel blad, te weinig schaduw

Het advies om de bladeren onder de rijpende tros weg te halen is goed. Wat mensen ermee doen, is het hele onderste deel van de plant kaalzetten, en soms ook nog blad bovenin omdat het 'zo vol' staat. Dan haal je de fabriek weg en houd je de vruchten over.

Ik merk dat aan twee dingen. Ten eerste komt de groei eruit: de plant blijft hangen, de bovenste trossen blijven klein. Ten tweede, en dat is het punt dat het minst genoemd wordt, komen de vruchten bloot te liggen. Op de eerste echt hete dagen in een kas of tegen een zuidmuur zie je dan van die bleke, leerachtige plekken op de kant die naar de zon staat. Die plekken genezen niet meer. Ze zijn zuur en ze worden zacht voordat de rest van de tros zover is.

Blad weghalen is geen opruimen. Het is een deel van de plant wegsnijden dat suiker maakt en dat de vrucht in de schaduw houdt. Ik haal blad weg dat geel is, blad dat tegen de grond hangt, en blad dat een tros bedekt die ik wil laten rijpen. De rest blijft.

Dezelfde schaar door de hele rij

Dit is de kleinste fout met de grootste staart. Ik knip een dief, er zit sap aan het blad van de schaar, en ik ga door naar de volgende plant. Als er in die rij één plant staat die iets bij zich draagt, is dat na een kwartier een rij.

Wat ik doe is niet ingewikkeld: ik werk van de planten waar ik vertrouwen in heb naar de plant waar ik iets aan zie. En als ik twijfel, veeg ik het blad schoon aan een doek voordat ik verderga. Dat kost me een paar seconden per plant en het is de reden dat ik mijn schaar nooit meer in de schuur laat liggen tussen twee rondes.

Struiktomaten die je niet moet dieven

Hier gaat het mis zonder dat iemand het doorheeft, want het ziet er hetzelfde uit. Een struiktomaat, ook wel bush- of determinante tomaat genoemd, draagt zijn vruchten aan korte zijscheuten die zelf eindigen in een tros. Die 'dieven' zijn de oogst. Wie ze wegknijpt, houdt een compact plantje over dat een handvol tomaat geeft en verder niets.

Je herkent ze aan het label, aan de compacte groei met de trossen dicht op elkaar, en aan het feit dat de hoofdstengel zelf in een bloemtros eindigt in plaats van te blijven doorgroeien. Bij twijfel: laat een zijscheut staan en kijk of er bloei aan komt. Een stoktype dat je één keer niet hebt gediept, geeft alleen een wildere plant. Een struiktype dat je hebt gediept, geeft niets meer.

Lichte uitdunning voor lucht is bij struiktypes soms best te verdedigen, maar dat is geen dieven. Dat is een paar bladeren weghalen.

Openen terwijl de plaagdruk hoog is

In augustus, als het een paar dagen vochtig is geweest, doe ik het liefst niets meer aan de plant. Elke snee is dan een opening op het moment dat de schimmel toch al klaar staat, en ik lever er ook nog eens blad mee in dat de plant als buffer gebruikt.

Ik heb het een jaar wel gedaan, omdat de plant er zo vol uitzag. Die plant was de eerste die omviel, en de twee daarnaast volgden binnen de week. Sindsdien geldt bij mij: laat in het seizoen alleen nog blad weghalen dat zelf al aangetast is, met een schone schaar en droog weer, en verder oogsten wat rijp is.

Wat de plant je terugvertelt

Als ik nu langs de planten loop, kijk ik niet naar of het netjes is. Ik kijk naar de sneetjes van vorige week: bleek en droog betekent dat het goed ging, donker en vochtig betekent dat ik te nat of te laat heb gewerkt. Ik tel de trossen tegen het blad dat ik heb weggehaald, en ik let op waar de vruchten hangen ten opzichte van de zon.

Dat is het enige wat echt helpt. De fouten zijn niet te vermijden omdat je ze uit je hoofd kent, maar omdat je ze aan de plant hebt zien staan.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.