Zaai je binnen of buiten? Zo lees je de moestuinkalender

De moestuinkalender werkt niet met maanden maar met twee getallen: de laatste nachtvorst van jouw eigen tuin en de bodemtemperatuur op zaainiveau. Alles wat je binnen voorzaait reken je in weken terug vanaf de dag dat het naar buiten mag, alles wat je direct zaait wacht op een grondtemperatuur, en alles wat naar buiten gaat wacht tot de vorst echt voorbij is. Wie die twee getallen kent, kan elke zaaitabel inruilen voor zijn eigen planning.

Zaai je binnen of buiten? Zo lees je de moestuinkalender

Ik zit op mijn hurken in het koude bed achter in de tuin en duw een bodemthermometer tot tien centimeter in de klei. Boven de grond is het die middag acht graden, in de grond vier. Dat verschil van vier graden is precies waar het misgaat: bijna iedereen kijkt naar de lucht, bijna niemand naar de grond. Klei warmt traag op, zand een stuk sneller, en een bed dat de hele winter onder vliesdoek heeft gelegen is eerder op temperatuur dan het open stuk ernaast. Ik prik op drie plekken, noteer de getallen en doe dat een paar ochtenden achter elkaar. Samen met de weersverwachting weet ik dan wat deze week de tuin in mag en wat nog een week op de vensterbank blijft.

De laatste vorst van jouw tuin, niet van Nederland

Een landelijke laatste-vorstdatum bestaat niet. Aan de kust, van Zeeland tot de Waddeneilanden, valt de laatste nachtvorst vaak al in april. In het binnenland en het noordoosten kan het tot begin mei duren, en in een laaggelegen tuin op zware klei soms langer. De IJsheiligen, 11 tot 15 mei, zijn de klassieke grens: daarna gaan de warmteminnende gewassen naar buiten. Het is een vuistregel, geen wet.

Onder die vuistregel zit iets wat veel mensen missen: grondvorst. Op een heldere, windstille nacht koelt de bodem sneller af dan de lucht op anderhalve meter, waar het weerstation meet. Ik heb nachten gezien waarin de officiële minimumtemperatuur net boven nul bleef en er op tien centimeter hoogte toch een witte waas over de grond lag. Staat er 2 °C in de verwachting, reken dan op vorst aan de grond. Jonge zaailingen en vers gezaaide bedden zijn daar het kwetsbaarst; een tegel of een emmer erover is dan vaak genoeg.

Op een zuidbalkon speelt het net anders. Tegen de gevel is de nachttemperatuur vaak een graad of wat hoger, maar de wind is er feller en potten drogen sneller uit. Een balkon is eerder warm, maar niet automatisch veilig.

Terugrekenen vanaf de plantdatum

Ik reken nooit vooruit vanaf de dag waarop ik zin heb om te zaaien, maar terug vanaf de dag dat een gewas naar buiten gaat. Dat is de hele kunst: de plantdatum is het anker, de zaaimaand volgt vanzelf.

Gewas Binnen voorzaaien Naar buiten
Tomaat 6 tot 8 weken vanaf half mei
Paprika en peper 8 tot 10 weken eind mei
Aubergine 9 tot 10 weken eind mei
Courgette 3 tot 4 weken half tot eind mei
Komkommer 3 tot 4 weken eind mei
Kool, broccoli, spruitjes 4 tot 6 weken april tot juni
Prei 8 tot 10 weken mei tot juni
Bleekselderij 8 tot 10 weken vanaf mei
Sla 3 tot 4 weken april tot mei
Basilicum 6 tot 8 weken eind mei
Peterselie 6 tot 8 weken vanaf mei

De meest gemaakte fout staat bovenaan die tabel. Wie tomaten in januari zaait, houdt zeven weken lang een plant binnen die te weinig licht krijgt en ondertussen blijft groeien. Zo'n plant wordt lang en slap, de stengels rekken, en tegen de tijd dat het mei is zit de kluit zo vol wortels dat hij bij het uitplanten uit elkaar valt. Ik zaai tomaten liever in de laatste week van maart. Dan zijn ze half mei groot genoeg en niet uitgehold.

Bij sla, radijs en spinazie maakt het veel minder uit. Die kun je om de paar weken opnieuw zaaien, binnen of direct, en zo houd je de oogst doorlopend in plaats van alles in één keer.

Wat je beter helemaal niet verplant

Wortel, pastinaak, schorseneer en rammenas hebben een penwortel die precies naar beneden groeit zodra het zaad kiemt. Elk trekje aan zo'n kiemplantje beschadigt de punt, en dan groeit de wortel vertakt of krom verder. Radijs, spinazie, rucola, veldsla, dille en koriander hebben er ook een hekel aan; die zet je het beste meteen op de plek waar ze blijven staan.

Bonen en erwten zitten ertussenin. Erwten kunnen wel in een potje, als je ze jong uitplant en de kluit niet breekt. Sperziebonen blijven liever in de grond: ze kiemen snel en verrotten in koude, natte grond voordat ze boven komen. Mais kun je binnen voorzaaien, maar direct zaaien zodra de grond boven de 12 °C is werkt net zo goed en scheelt gesleep met grote planten.

De bodemtemperatuur bepaalt de rest

Voor alles wat direct de grond in gaat, is de thermometer belangrijker dan de kalender. Ik meet op tien centimeter diep, drie ochtenden achter elkaar, want 's ochtends is de grond het koudst en juist dat getal vertelt of het zaad kan kiemen of blijft liggen.

Gewas Minimum bodemtemperatuur
Spinazie, veldsla 2 tot 5 °C
Radijs, sla, rucola 4 tot 6 °C
Wortel, ui, pastinaak 5 tot 8 °C
Erwt, tuinboon 5 tot 8 °C
Bietjes, kool, andijvie 8 tot 10 °C
Dille en koriander 10 tot 15 °C
Mais 10 tot 12 °C
Sperzieboon 12 tot 15 °C
Basilicum 15 °C en hoger

Onder die grens kiemt het zaad wel, maar langzaam en ongelijk. Boven die grens gaat het snel. Dat onderscheid is belangrijker dan de datum: twee weken eerder zaaien in koude grond levert vaak twee weken later een plantje op, en ondertussen is er meer zaad weg dan nodig. Zware klei houdt dat koude getal bovendien langer vast dan zand; een kleibed loopt in het voorjaar rustig een week of twee achter op het zandbed van de buurman.

Februari-licht is de echte limiet

Half februari zit Nederland op ongeveer tien uur daglicht en staat de zon laag. Dat is genoeg om te overleven, maar niet om compact te blijven. Een vensterbank geeft licht van één kant, en op een bewolkte dag is de hoeveelheid licht binnen een fractie van wat buiten in juni valt. Zaailingen die te weinig licht krijgen strekken: de steel groeit langer op zoek naar licht en wordt dun en slap. Dat los je niet op met warmte of water.

Wat wel helpt: bakjes elke dag een kwart slag draaien, ze zo dicht mogelijk tegen het glas zetten, en accepteren dat iets wat langzaam groeit in januari ook echt langzaam groeit. Wie geen groeilamp gebruikt, kan de warmteminnende gewassen beter twee tot drie weken later zaaien dan in januari. Je wint niets met vroeg beginnen als de plant daarna zes weken staat te rekken.

Afharden duurt tien dagen, niet één middag

Jonge planten gaan bij mij nooit in één keer van de vensterbank naar de volle grond. In tien dagen bouw ik het verschil op. Dag één en twee: een uur of twee buiten, in de schaduw, uit de wind. Dag drie en vier: een halve dag, met ochtendzon erbij. Dag vijf en zes: hele dagen buiten, ook als er wind staat. Daarna gaan ze de nacht in, eerst in de koude bak of onder vliesdoek, en pas na die laatste stap naar hun definitieve plek.

Dat ritme is niet sentimenteel, het lost een concreet probleem op. Een blad dat binnen in warme, vochtige lucht is gegroeid, heeft een dun waslaagje en weinig haar op het oppervlak, en de huidmondjes reageren traag. Buiten staat het meteen in zon en wind, verdampt het sneller water dan de wortels kunnen aanvullen, en dan zie je de plant slap worden en bruine randen krijgen. Tijdens het afharden geef je iets minder water, maar niet zo weinig dat de plant hangt. Eén dag vergeten is geen ramp; de hele afhardweek overslaan wel.

Koude bak, vliesdoek of cloche: eerder zonder kas

Je hebt geen kas nodig om een paar weken te winnen. Een koude bak van glas, een folietunnel of een simpele cloche houden de dagwarmte vast en de nachtvorst tegen, en dat scheelt bij koudegewassen twee tot vier weken op de directe zaai. Spinazie, radijs, sla, wortel en kool doen het daar goed in. Voor tomaat of komkommer verandert zo'n bak in maart weinig — die hebben warmte én lengte van de dag nodig, en dat tweede kun je niet forceren.

Twee dingen om in de gaten te houden. Op een zonnige dag wordt het in een gesloten bak zo warm dat je zaailingen het loodje leggen, dus zet glas of folie open zodra de zon erop staat. En vliesdoek houdt de ergste kou tegen, maar niet alles: bij echte vorst leg je er een tweede laag over of zet je er iets anders bij. De grond onder glas warmt bovendien alleen op waar de zon komt; een hoek met schaduw van een heg blijft koud, ook met een raam erboven.

Wat je aan het eind van het seizoen overhoudt

Aan het eind van het seizoen is de datum in mijn schrift minder waard dan het getal op de thermometer. De kalender geeft de volgorde, de grond geeft het startsein. Elk jaar noteer ik de laatste nachtvorst van onze tuin en de eerste ochtend dat de grond op tien centimeter boven de 10 °C uitkomt, en elk jaar liggen die data net iets anders. Dat is precies waarom een algemene zaaitabel je altijd een paar dagen te vroeg of te laat stuurt.

Over de auteur

De Ochtendplukkers zijn mensen die op kleine schaal groenten, fruit en kruiden telen in Nederlandse tuinen, op balkons en volkstuinen. Ze kennen de ochtenddauw, de zware klei en de eerste aardbeien van het seizoen.