De beste maatregel tegen schurft bij appel is de rassenkeuze, en die maak je op de dag dat je de boom koopt. Een ras dat op het etiket als weinig vatbaar of schurftresistent staat, houdt de aantasting in een Nederlandse tuin zo klein dat je met bladharken, snoeien en een open standplaats vrijwel altijd toekunt. Een vatbaar ras zet je voor jaren vast aan een schimmel die je daarna alleen nog kunt remmen. Lees daarom de regel onder de rasnaam, niet alleen de naam.

Ik doe dat elk najaar opnieuw, in november, bij de kisten van een kwekerij. De wortels liggen in vochtig zand, op elke stam hangt een kaartje, en er hangt die geur van nat zand en jute die je alleen daar ruikt. Je pakt een stam bij de voet, je voelt of het wortelgestel nog stevig en vochtig is, en dan draai je dat kaartje naar je toe. Ik lees de naam van de appel als laatste. Eerst kijk ik naar wat eronder staat. Weinig vatbaar voor schurft. Schurftresistent. En drie stammen verderop, bij een ras dat ik van mijn ouders ken, staat er niets.
Dat stilzwijgen is ook informatie.
Wat er op zo'n kaartje staat
Een etiket bij een Nederlandse boomkwekerij is geen reclamefolder, het is een samenvatting van wat de kweker van dat ras weet. Je vindt er in de regel vier dingen op terug: de rasnaam, de onderstam, vaak iets over bloeitijd of bestuiving, en een opmerking over de ziektegevoeligheid. Die laatste regel is de reden dat je daar met koude handen staat te lezen.
De woorden die je tegenkomt, betekenen niet allemaal hetzelfde.
- Vatbaar: het ras krijgt schurft zodra de omstandigheden meezitten. Klassieke dessertrassen als Cox's Orange Pippin vallen hieronder, net als veel oude tuinrassen.
- Weinig vatbaar: de schimmel kan zich er wel op vestigen, maar langzamer en minder. Je ziet in een nat jaar wat plekken, geen kaalgeslagen boom.
- Schurftresistent: de schimmel krijgt nauwelijks voet aan de grond. Dat is de sterkste aanduiding die je op een kaartje zult vinden.
- Soms staat er alleen 'weinig ziektegevoelig'. Dat is een bredere term en zegt minder specifiek iets over schurft.
Ik lees die woorden als een verwachting, niet als een belofte. Resistent betekent dat de schimmel zich moeilijk kan vestigen, niet dat je nooit een plek zult zien. Tussen weinig vatbaar en resistent zit in een kletsnatte zomer het verschil tussen een paar bladsmetten en een boom waar je in augustus tegenaan kijkt en denkt: dit gaat niet goed.
Wat mij het meest heeft geholpen, is trouwens niet de vraag welk ras het beste is, maar hoe groot de sprong is die je maakt. Van een gevoelige klassieker naar een ras dat als weinig vatbaar te boek staat, is een enorme sprong. Van weinig vatbaar naar resistent is de sprong veel kleiner. In een gewone achtertuin zit je met dat eerste ras al ver aan de goede kant van de streep.
Waarom die ene beslissing zo zwaar weegt
Schurft, Venturia inaequalis, overwintert op gevallen blad. In het voorjaar komen de sporen vrij en beginnen ze aan de onderkant van het jonge blad. Zodra je dat weet, zie je ook waarom de rassenkeuze zo'n lange staart heeft: je plant een boom voor twintig tot dertig jaar, en de schimmel zit al in je tuin voordat je eerste appel rijp is.
Bij een boom die er al staat kun je nog veel doen. Blad in het najaar opruimen en niet onder de boom laten liggen, de kroon open snoeien zodat hij snel opdroogt, niet te veel stikstof geven waardoor je slap, uitnodigend blad kweekt. Ik doe dat allemaal. Maar het is sturen, niet oplossen. Een vatbaar ras blijft een vatbaar ras, en je loopt elk voorjaar dezelfde ronde.
De standplaats komt daarna, niet ervoor
Een open, zonnige plek met wat wind helpt echt. Schurft houdt van blad dat lang nat blijft, dus een hoek tegen een vochtige schutting of onder een dichte haag is precies verkeerd. Zet je boom vrij, dan droogt het blad na een bui snel op en krijgt de schimmel minder tijd.
Toch is dat de tweede beslissing, niet de eerste. Een weinig vatbaar ras op een matige plek doet het in de praktijk beter dan een gevoelig ras op de beste plek van de tuin. Als je maar één ding goed wilt doen, doe dan dat ene.
Het punt dat mensen vergeten: de bijen
De meeste appelrassen zijn niet zelfbestuivend. Je hebt een tweede ras nodig dat tegelijk bloeit, en dat staat als bloeitijdgroep of bestuivingstabel op of bij het kaartje. Daar gaat het vaak mis: je kiest een mooi schurftresistent ras, en de boom die je erbij zet om hem te bestuiven is een oude, gevoelige jongen waar de schimmel elk voorjaar weer begint.
Kijk dus naar het paar, niet naar de boom alleen. Heb je ruimte voor twee stammen, zoek dan een combinatie waarin beide laag scoren op schurft. Heb je maar ruimte voor één boom, kies dan een ras dat zichzelf redelijk bestuift, of ga na welke bomen in de omgeving als partner kunnen dienen. Een alleenstaande appelboom in een nieuwbouwwijk is een ander verhaal dan een volkstuin waar al twintig bomen staan.
Twee namen die je op die kaartjes zult tegenkomen
Topaz wordt in Nederland veel aangeplant als dessertappel met lage vatbaarheid voor schurft. Santana is een tweede naam die je regelmatig ziet, juist bij tuinders die het zonder bestrijdingsmiddelen willen redden. Ik noem ze omdat je ze waarschijnlijk tegenkomt, niet omdat er een ranglijst bestaat. Er zijn meer rassen die er goed op staan.
En let op: een resistent ras staat niet buiten de wereld. Rassen die jarenlang schoon bleven, kunnen op den duur toch wat laten zien; schimmelpopulaties veranderen, en resistentie die op één bron teruggaat is kwetsbaar op het moment dat die bron doorbroken wordt. Dat is geen reden om het niet te doen. Het is een reden om dat kaartje te bewaren en je boom te blijven bekijken.
Het koopmoment zelf
Bomen met kale wortel gaan van november tot maart de grond in, zolang de bodem niet bevroren is. Dat is ook het moment waarop de keuze het grootst is. Kijk naar het wortelgestel, niet naar de folderfoto van de appel; die foto vertelt je niets over de vraag waar dit artikel over gaat.
En bewaar dat kaartje. Over drie jaar wil je weten welke onderstam je hebt, als de boom harder groeit dan je dacht of juist klein blijft. Schrijf rasnaam en onderstam ergens op waar je ze terugvindt. Het is het goedkoopste tuingerei dat je hebt.
De boom die je dit najaar plant, staat er over twintig jaar nog. Dat is lang genoeg om één keer rustig te lezen wat er op dat kaartje staat.

