Een appelboom snoei je open door in de winter de dichte, naar binnen groeiende en steil omhoog schietende takken uit de bovenkant van de kroon te halen, zodat er ruimte komt tussen de gesteltakken en de wind er dwars doorheen kan. Dat is bij mij geen onderhoudsklusje dat één keer per jaar op een lijstje staat, het is de reden dat ik überhaupt snoei. Een open kroon droogt het blad sneller na regen en dauw, en hoe korter het blad nat blijft, hoe kleiner de kans dat schurft vat krijgt. Mijn maatstaf is in de loop der jaren simpel geworden: ik wil vanaf de grond dwars door de kroon heen de lucht kunnen zien, en er moet een merel doorheen kunnen vliegen zonder een tak te raken.
Eerst de wind, dan de takken
Voordat ik naar de takken kijk, kijk ik waar de wind vandaan komt. In mijn tuin is dat meestal zuidwest, en dus is dat de kant die het vaakst nat wordt. Ik wil dat de kroon precies daar open is, zodat de wind erin kan en er aan de andere kant weer uit kan. Staat die kant dicht, dan blijft de lucht in het hart van de boom hangen en gebeurt er niets.
Daarna kijk ik pas naar binnen. Ik weet nog goed dat ik een jaar of wat geleden in juni na een regenbui om een uur of elf onder mijn boom stond en me realiseerde dat de buitenste bladeren allang droog waren, terwijl de bladeren in het midden nog glommen. Die bladeren zaten in het donkere, dichte hart waar geen zuchtje wind bij kwam. Vanaf dat moment ben ik anders naar die boom gaan kijken: niet als iets wat ik netjes moest houden, maar als een natte ruimte waar ik lucht doorheen moest laten.
Waarom dat natte blad het hele verhaal is
Schurft heeft een aaneengesloten periode van nat blad nodig om zich te kunnen vestigen. Niet één druppel, maar uren achter elkaar vocht bij een temperatuur die de schimmel bevalt. Elke onderbreking daarin, een windvlaag die de bladeren droog blaast, een paar uur zon op een open kroon, breekt die keten door. Ik hoef niet te weten hoeveel uur precies; wat ik wel weet is dat een dichte kroon die natte periode met uren verlengt en een open kroon hem verkort. Dat is de hele rekensom, en die rekensom is de reden dat ik sta te zagen in plaats van te spuiten.
Wat eruit gaat en wat blijft staan
Wat ik als eerste aanpak zijn de waterloten: die lange, dikke, kaarsrechte scheuten die vanuit een gesteltak loodrecht naar de hemel schieten. Ze dragen vrijwel alleen bladknoppen, geen vrucht, en ze steken precies de luchtwegen dicht waar het mij om gaat. Vooral in de bovenkant van de kroon zijn ze de boosdoeners, want daar zit de kroon het dichtst bij de hemel en wordt de wind het eerst tegengehouden. Ik zaag of knip ze weg zonder medelijden, en dat kost me geen enkele appel.
Daarna gaat het naar binnen: takken die terug het hart in groeien, takken die een andere tak kruisen en schuren, en alles wat dood of half dood is. Wat ik laat staan is het vruchthout, die korte, vaak wat horizontale zijtakjes waar de bloemknoppen en dus de appels op zitten. Dat is het evenwicht waar het om gaat: waterloten weg, vruchthout houden. Wie uit voorzichtigheid alleen de topjes knipt, houdt de structuur en dus het probleem in stand.
Een kom, geen kerstboom
Ik werk naar een kroon die van boven open is, met vier tot zes gesteltakken die min of meer gelijkmatig over de stam verdeeld staan en waarvan het hart leeg blijft. Van onderaf gezien is het eerder een ondiepe kom dan een kerstboom. Tussen de gesteltakken wil ik afstand zien, een handbreedte is een bruikbare vuistregel. Hoe meer die takken als spaken uit elkaar liggen, hoe vrijer de wind er tussendoor kan en hoe sneller de boel opdroogt.
Winter eerst, zomer alleen als het moet
Het echte werk doe ik in de winter, als de boom zonder blad staat en ik de structuur kan lezen. Dan haal je het dikke hout weg, de opbouw, de overbodige gesteltakken. Sommige bomen, vooral sterk groeiende, maken daarna zo veel nieuwe scheuten dat de kroon in juli weer dicht zit. Daar kun je in de zomer licht op corrigeren: de nieuwste waterloten in de bovenkant wegnemen, met de hand of met een scherpe schaar.
Wat ik niet meer doe, is in augustus nog stevig in de kroon zagen. Ik heb dat één keer gedaan met een boom die ik te lang had laten lopen, en het resultaat was een najaarsgolf van zacht, groen schot dat niet meer afhardte voor de winter. Dat jonge, weke blad is precies het spul waar schurft makkelijk op zit, en je verlengt er je eigen natte periode mee. Augustus is bij mij een maand om hooguit wat te kijken en los te knippen, niet om te verbouwen.
Wat een open kroon je nog meer geeft
Er zit een tweede winst die mensen vaak overslaan: toegang. In een dichte kroon kun je niet fatsoenlijk bij de bladeren op de grond, en dat is precies waar de schurft overwintert. Met een open kroon hark ik in het najaar in één keer door, en ruim ik het afgevallen blad op zonder me door takken heen te wurmen.
En je ziet dingen eerder. In juni loop ik rechtop door de kroon en zie ik de eerste vlekjes op de bladeren en de eerste kleine plekjes op de jonge appels, op ooghoogte, zonder te turen. Die paar weken eerder dat je het ziet, maken het verschil tussen ingrijpen en toekijken hoe het zich verspreidt.
Waar het misgaat
Een verwaarloosde boom in één winter helemaal leeghalen werkt tegen je. Haal je te veel weg, dan reageert de boom met een explosie waterloten en sta je het jaar erna met dezelfde dichte kroon, nu met alleen jonger hout. Ik neem liever twee of drie winters de tijd en houd het per jaar op ongeveer een kwart tot een derde van de kroon.
Ook het moment waarop je zaagt, maakt uit. Zaag je een dikke tak vlak bij de stam af, dan kan de boom daar reageren met een bos scheuten. Ik probeer zulke ingrepen zoveel mogelijk te beperken en kies bij twijfel een tak die ik terug kan leiden naar een bestaande zijtak, in plaats van hem midden in het hart af te zetten.
En er is een grens aan alles. Een jonge boom die nog moet uitgroeien heeft een ander regime nodig dan een oude, volgroeide; bij die eerste bouw ik eerst de gesteltakken op en houd ik de kroon wat voller, omdat een kaalgesnoeide jonge boom alleen maar hard groeit. Bij een oudere, dichte boom is het precies omgekeerd: daar is openmaken het hoofddoel, ook als dat betekent dat je een jaar minder appels hebt.
Als ik klaar ben, stap ik een paar meter achteruit en kijk omhoog. Als ik daar de lucht zie en de takken los van elkaar zie staan, weet ik dat de kroon in juni na een bui als eerste van de straat droog is.


