Wie in augustus of in de eerste helft van september een aardbeiplant zet, plukt het volgende seizoen bijna altijd meer dan wie in maart plant, en vaak veel meer. Dat verschil komt niet van het ras en niet van de meststof, maar van twee dingen die je zelf in de hand hebt: de wortels krijgen nog weken warme grond om door te groeien voordat de winter komt, en het hart van de plant komt precies op maaiveldhoogte te liggen. Dat hart is het korte, dikke stuk stengel waar de bladeren uitkomen. Te diep en het rot weg in een natte herfst, te hoog en het droogt uit voordat de wortels grip hebben.

Ik zit op mijn knieën op de klei, ergens in de tweede week van augustus. De regen van vannacht heeft de grond donker gemaakt, en toen ik er net een schep in zette, rook ik de compost die ik er vorige week doorheen heb gewerkt. Naast me staat een emmertje met jonge planten die ik net uit het wachtbed heb gehaald: vier, vijf blaadjes, een korte wortelkluit, verder niets. Wat je in je hand houdt is bijna niets. Wat je in de grond stopt, is een jaar oogst.
Waarom augustus wint van maart
De grond is nu op zijn warmst. In een normale Nederlandse augustus meet je op tien centimeter diepte ergens tussen de achttien en twintig graden, en dat zakt pas echt weg in oktober. Aardbeiwortels groeien zolang de bodem boven een graad of zeven, acht blijft. Een plant die half augustus de grond in gaat, heeft dus acht tot tien weken om te wortelen. Hij gaat de winter in met een gevuld hart en een wortelstelsel dat de grond in is gegaan, en als het in maart weer gaat groeien, gaat al die energie naar blad en bloemtrossen in plaats van naar wortels.
Een plant die je in maart zet, moet dat allebei tegelijk doen. De wortels winnen dat gevecht, en de oogst van dat eerste jaar stelt bijna niets voor. Meestal zeg ik tegen mensen die in het voorjaar planten: reken erop dat je pas het jaar daarna echt plukt. Dat is precies het seizoen dat je met een augustusbeurt wint.
Er zit wel een grens aan. Na half september koelt de grond te ver af, en op klei kan een laat gezette plant in een natte herfst omhooggevroren worden, of gewoon verzuipen voordat hij vast zit. De beste periode is ongeveer de eerste week van augustus tot half september. Kom je later uit, dan is het soms verstandiger om de planten in pot te zetten en beschut te overwinteren, en ze in februari met de kluit in de grond te zetten. Dat is iets anders dan in maart een naakte plant in koude grond stoppen: die plant heeft dan al wortels.
Het hart is de hele oogst
Hier gaat het mis, en bijna altijd op dezelfde manier.
Ik maak een gat dat ruim genoeg is om de wortels los in te leggen, en in de bodem van dat gat maak ik een klein heuveltje van losse grond. Daar leg ik de wortels overheen, zo dat ze alle kanten op kunnen zakken. Dan houd ik de plant met één hand op zijn plek, vul ik met de andere hand de grond aan, laagje voor laagje, en ik druk niet op het hart.
Het hart moet precies op het niveau van de omringende grond uitkomen. Niet erboven, niet eronder. Ik leg een stokje over het gat om te controleren waar het maaiveld zit, want met losse grond in een pas gegraven gat zie je dat slecht. Na het water geven zakt de grond nog een centimeter of wat, dus ik zet de plant eerder een fractie te hoog dan te laag. Nooit lager.
Wat er fout gaat als het hart te diep zit: de bladvoetjes en het groeipunt komen onder de grond, ze blijven nat, en in een herfst met veel regen rot het hart weg voordat de plant iets heeft kunnen doen. Je merkt het pas in het voorjaar, als er niets meer opkomt. Zit het hart te hoog, dan droogt het uit en staat de plant op poten; de wortels liggen half bloot en de eerste droge dag kost je de plant.
Daarom geef ik water in een kring om de plant, niet op de plant. En daarom controleer ik na een flinke regenbui of de klei niet tegen het hart is aangespoeld en of er geen kuiltje water omheen staat.
Compost, klei en een rug
Aardbeien wortelen ondiep, meestal in de bovenste twintig tot dertig centimeter. Wat daar zit, bepaalt alles.
Op klei werk ik ruim compost door de bovenlaag, en ik meng er grof spul door: bladcompost, gecomposteerde schors, oude stalmest die niet meer ruikt. Dat lijkt tegenstrijdig op zware grond, maar juist daar doet het werk: het breekt de klei open, houdt het water vast en laat overtollig water weglopen. Wat je niet wilt is een dichte, natte plak grond waar de wortels in verdrinken.
Bij klei zet ik het bed ook iets omhoog. Ik trek een rug van vijftien tot twintig centimeter hoog en een centimeter of veertig breed, en daar gaan de planten op. In een natte herfst loopt het water dan weg van het hart in plaats van erheen. Een verhoogd bed doet hetzelfde, en is op zware grond meestal het makkelijkst vol te houden.
Op zand is het verhaal precies omgekeerd en toch hetzelfde: ook daar gaat er compost in, maar vooral om water vast te houden. Zand droogt in augustus snel uit, en een jonge plant met een klein wortelkluitje heeft daar weinig tegenin te brengen.
Wat ik zelf niet doe: aardbeien zetten op een plek waar vorig jaar aardappelen of tomaten stonden. Die gewassen laten een bodemziekte achter waar aardbeien slecht tegen kunnen, en je ziet het pas als de planten in het voorjaar ineens inzakken. Ook verse mest onder de planten is geen goed idee; dat geeft veel blad en weinig vrucht.
De eerste weken
De eerste tien tot veertien dagen zijn het kritiek. De wortels zitten in losse grond met veel lucht, en dat droogt sneller uit dan de omringende klei. Ik geef in die periode liever vaker een kleinere hoeveelheid dan één keer veel. Bij droog, zonnig weer 's ochtends water, bij de voet, in een kring.
Wat je niet wilt is een plas die blijft staan rond het hart. Dat is dezelfde fout als te diep planten, alleen langzamer.
In die eerste herfst houd ik de uitlopers eraf. Een aardbeiplant maakt in augustus en september graag dochters, en elke uitloper kost de moederplant energie die ze in haar hart en wortels zou moeten stoppen. Ook bloemtrossen die in september nog opkomen haal ik weg; die vruchten rijpen toch niet meer goed en ze gaan ten koste van de plant. De bladeren laat ik zitten. Ze beschermen het hart in de winter, en pas in het vroege voorjaar haal ik het dode blad weg.
En ik bemest in het najaar niet met snel werkende stikstof. Dat duwt zacht blad naar buiten dat de eerste nachtvorst niet overleeft.
Afstand, en wat je opgeeft
Ongeveer dertig centimeter tussen de planten en zestig tot tachtig centimeter tussen de rijen. Dat lijkt veel als je naar die kleine plantjes kijkt, maar een aardbeiplant wordt een flinke pol en zijn wortelkluit is breder dan de plant boven de grond suggereert. De ruimte tussen de rijen is niet voor de plant maar voor de lucht: een rij die dicht op elkaar staat, blijft na een regenbui lang vochtig, en juist in die vochtige laag tussen de bladeren krijg je grauwe schimmel. Bovendien kun je er dan nog bij om te plukken zonder op de planten te trappen.
Wat je opgeeft met een augustusbeurt: dat stuk grond ligt tot in juli van volgend jaar vast. Je kunt er in de winter geen groenbemester of kool meer zetten, en je moet in augustus plantmateriaal hebben. Dat komt meestal goed uit, want precies dan maken je eigen planten uitlopers. Heb je die niet, dan worden verse planten in deze weken gerooid en meteen verkocht; dat is precies de reden dat augustus werkt.
Ik druk de laatste plant aan, veeg de klei van mijn handen en geef elke plant een halve liter water, in een kring om het hart, niet erop. Over een jaar staat hier een rij die het hele bed vult. Het enige wat ik dan nog terugzie van deze middag is of dat hart goed stond.

